Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.4.5
11.4.5 Verzoek kan alleen worden gedaan door een persoon voor wie het verslag ter inzage ligt
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450656:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 8 juni 2010, ARO 2010/95 (CRV Beheer). Het verzoek hield in om de openbaarheid uit te breiden tot de betrokkenen in deze procedure [bij de rechtbank Zwolle-Lelystad] en de rechtbank zelf. De Ondernemingskamer heeft dit verzoek aangemerkt als een verzoek tot terinzagelegging van het verslag voor verzoekster tevens inhoudende een verzoek tot machtiging om mededelingen te doen uit het verslag. De Ondernemingskamer heeft op beide verzoeken beslist. Strikt genomen had niet de voltallige Ondernemingskamer, maar alleen haar voorzitter op het laatste verzoek moeten beslissen.
Dat had de Ondernemingskamer ook in deze zaak gedaan. Zie OK 10 februari 2010, ARO 2010/36 (CRV Beheer).
Het verzoek tot machtiging tot het doen van mededelingen uit het verslag kan alleen worden gedaan door iemand voor wie het verslag ter inzage ligt. In de CRV Beheer-beschikking motiveerde de Ondernemingskamer deze beslissing als volgt.1 Zij overwoog allereerst dat uit artikel 2:353 BW en de aard en strekking van het enquêterecht voortvloeit dat het verslag in beginsel vertrouwelijk van aard is. Afgezien van de situatie dat de Ondernemingskamer bepaalt dat het verslag ter inzage ligt voor eenieder, pleegt zij te bepalen dat het verslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.2 De Ondernemingskamer oordeelde dat de verzoekster niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en het verslag dus voor haar niet ter inzage lag. Om die reden had verzoekster geen belang bij een beslissing op haar verzoek tot machtiging om aan derden mededelingen te doen uit het onderzoeksverslag. In dit geval werd het verzoek gedaan door iemand die het verslag niet kende. Het verzoek kan echter ook worden gedaan door iemand voor wie het verslag niet ter inzage heeft gelegen, maar die toch kennis draagt van het verslag. Te denken valt aan een bestuurder van een rechtspersoon als het verslag voor die rechtspersoon ter inzage ligt. Ook in dat geval zou de voorzitter van de Ondernemingskamer eerst moeten beoordelen of de verzoeker tot de machtiging zelf als een belanghebbende kan worden aangemerkt voor wie het verslag ter inzage ligt, alvorens te beoordelen of het verzoek tot machtiging tot het doen van mededelingen uit het verslag toewijsbaar is.