Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.3.2.1:4.3.2.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.3.2.1
4.3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456674:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 30 november 2010, ARO 2010/175 (Van der Moolen Holding), r.o. 1.7.
Zie § 4.6.2.
Ik meen dat de Ondernemingskamer hiervoor standaardtarieven moet vaststellen. Zie § 4.6.3.3.
Vgl. OK 28 juni 2012, JOR 2012/320, m.nt. R.P. Jager (Meavita), r.o. 1.3; Aandachtspunt 5.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een vergelijking met de vaststelling van het onderzoeksbudget bij het deskundigenonderzoek in de civiele procedure leert dat het ook anders kan. Het bepaalde in artikel 195, eerste volzin, Rv, leent zich voor analoge toepassing in de enquêteprocedure. Er is geen enkele reden waarom de Ondernemingskamer in de beschikking waarbij zij een onderzoek beveelt, ook het bedrag zou moeten vaststellen dat het onderzoek ten hoogste mag kosten. Dat kan ook bij een latere beschikking, net zoals de Ondernemingskamer de onderzoekers ook vaak bij een latere beschikking benoemt. Dit zou tijd creëren om de onderzoekers te vragen hun kosten te begroten. De Van der Moolen Holding-zaak illustreert het nut hiervan. De Ondernemingskamer had het onderzoeksbudget vastgesteld op € 100.000. De onderzoekers hadden bij de aanvang van hun werkzaamheden een eigen schatting gemaakt. Dat resulteerde in een begroting van€ 350.000.1 Een begroting zou moeten bestaan uit (i) een schatting van de tijd die de onderzoekers en eventueel in te schakelen kantoorgenoten verwachten aan het onderzoek te zullen besteden, uitgesplitst naar de te onderscheiden onderdelen daarvan;2 (ii) een voorstel voor een te hanteren uurtarief;3 (iii) indien de onderzoekers hulppersonen willen inschakelen, een schatting van de daaraan verbonden kosten (te besteden tijd, uurtarief); en (iv) eventuele overige te maken kosten.4
De Ondernemingskamer heeft in Aandachtspunt 3.4 opgenomen dat zij de onderzoekers kan vragen een begroting op te stellen, maar voor zover mij bekend, heeft zij daar nog nooit feitelijk om gevraagd. Uit het Aandachtspunt blijkt niet of het de bedoeling is dat de onderzoekers deze begroting zouden moeten maken voordat de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget voor de eerste keer vaststelt of daarna, waarbij de onderzoekers eventueel om verhoging van het onderzoeksbudget zouden moeten vragen.