Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/794
Medeplegen diefstal met (bedreiging met) geweld in supermarkt, art. 312 lid 1 en art. 312 lid 2 onder 2 Sr en medeplegen eenvoudig witwassen, art. 420bis lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.a.v. medeplegen diefstal met geweld. 1. Bewijsklachten medeplegen diefstal met geweld. 2. Kwalificatieklacht witwassen van uit eigen misdrijf afkomstig geldbedrag. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Selectie en waardering van bewijsmateriaal is voorbehouden aan feitenrechter. In cassatie kan niet worden onderzocht of vastgestelde f&o juist zijn. Hieruit getrokken conclusies kunnen slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. In ’s hofs vaststellingen o.b.v. historische telefoongegevens ligt voldoende gemotiveerde verwerping van geschetst scenario dat verdachte thuis was, besloten. Dat hof tot andere interpretatie van telefoongegevens komt, met name m.b.t. vraag waar mast (die na overval wordt aangestraald) is gelegen, is onderdeel van vrije bewijswaardering van feitenrechter. ’s Hofs conclusie dat verdachte zich kort na overval in nabijheid van medeverdachte bevond, is gelet op inhoud bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk. V.zv. wordt geklaagd dat b.m. ontoelaatbare gissing betreft, geldt dat geen sprake van gissing is. V.zv. wordt geklaagd dat hof was gehouden ttz. ter sprake te brengen dat locatie, waarop van personeel supermarkt afgenomen telefoons zijn aangetroffen, ligt op route van supermarkt naar locatie zendmast, geldt dat sprake is van feit van algemene bekendheid dat o.g.v. art. 339 lid 2 Sv geen bewijs behoeft en dus ook niet op zitting ter sprake hoeft te worden gebracht. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Middel berust op verkeerde lezing van ’s hofs arrest. Hof heeft verdachte niet veroordeeld voor witwassen a.b.i. art. 420bis lid 1 Sr maar voor eenvoudig witwassen a.b.i. art. 420bis lid 1 Sr. Hiervoor is niet vereist dat (in geval verdachte middelen verwerft of voorhanden heeft die uit eigen misdrijf afkomstig zijn) door verdachte handelingen zijn verricht daadwerkelijk gericht op verbergen en verhullen van criminele herkomst. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2024/793.
HR 09-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:998
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
22/04915
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:998, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑07‑2024
Essentie
Medeplegen diefstal met (bedreiging met) geweld in supermarkt, art. 312 lid 1 en art. 312 lid 2 onder 2 Sr en medeplegen eenvoudig witwassen, art. 420bis lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.a.v. medeplegen diefstal met geweld. 1. Bewijsklachten medeplegen diefstal met geweld. 2. Kwalificatieklacht witwassen van uit eigen misdrijf afkomstig geldbedrag. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Selectie en waardering van bewijsmateriaal is voorbehouden aan feitenrechter. In cassatie kan niet worden onderzocht of vastgestelde f&o juist zijn. Hieruit getrokken conclusies kunnen slechts op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.