Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.4.3.6
11.4.3.6 Geen tegenstrijdig belang
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590695:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kleyn 2007, p. 68-70. Het minderjarigenbewind bevat een eigen, meer gedetailleerde regeling, die zo nodig inkleuring kan geven aan de meer algemene norm van art. 3:68 BW. Zie art. 1:346 lid1 en lid 2 BW, art. 1:348 lid 1 BW en art. 1:348 lid 2 BW.
In de gevallen dat een bewindvoerder, een vereffenaar of een executeur in eigen naam handelt voor rekening van de rechthebbende of erfgenamen, ligt overeenkomstige toepassing van deze bepalingen voor de hand (vgl. art. 7:424 BW). Vgl. (impliciet) Kleyn 2007, p. 68-70.
Voor de executeur zal hetzelfde geld en als voor de vereffenaar, zie Klaassen-Eggens/Luijten & Meijer 2008, nr. 869, nt. 1209; Asser/Perrick 4* 2009, nr. 471.
De pandhouder is bevoegd mee te bieden (art. 3:250 lid 3 BW). Bij pand geldt een toe-eigeningsverbod (art. 3:235 BW).
702. De regelingen van volmacht, lastgeving, bewind, vereffening alsook pand en beslag bevatten een of meer bepalingen die een conflict tussen de belangen van de rechthebbende en de bevoegde derde beogen te voorkomen. Tenzij anders is bepaald, kan een gevolmachtigde slechts dan als wederpartij van de volmachtgever optreden, wanneer de inhoud van de te verrichten rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat, dat strijd tussen beider belangen uitgesloten is (art. 3:68 BW). Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op bewind (art. 1:442 lid1 BW, art. 3.6.1.5a eerste zin Ontw.BW en art. 4:172 lid2 BW)1 en op de vereffening van nalatenschappen (art. 4:215 lid4 BW). De lasthebber kan slechts als wederpartij van de lastgever optreden, indien de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen beider belangen is uitgesloten (art. 7:416 lid 1 BW). De lasthebber die slechts in eigen naam mag handelen, kan niettemin als wederpartij van de lastgever optreden, indien de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen beider belangen is uitgesloten (art. 7:416 lid2 BW). Indien de lastgever een natuurlijk persoon is die de opdracht anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft verstrekt, is voor een rechtshandeling waarbij de lasthebber als zijn wederpartij optreedt, op straffe van vernietigbaarheid zijn schriftelijke toestemming vereist (art. 7:416 lid 3 BW). Art. 7:417 BW en art. 7:418 BW kennen daarnaast een regeling voor het geval dat de lasthebber tevens als lasthebber van de wederpartij optreedt, dan wel buiten de gevallen in art. 7:416-7:417 BW een direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling.2 Bij de regelingen inzake faillissement, executele, vruchtgebruik, gemeenschap en kwaliteitsrekening ontbreken (schakel)bepalingen op grond waarvan tegenstrijdig belang wordt uitgesloten.3 Voor zover sprake is van onmiddellijke vertegenwoordiging is art. 3:68 BW van overeenkomstige toepassing (art. 3:78 BW).4 Handelt de bevoegde derde in eigen naam voor rekening van de rechthebbende, zoals bij de kwaliteitsrekening, dan is art. 7:416 lid 2 BW van overeenkomstige toepassing (art. 7:424 BW). Bij pand en beslag wordt tegenstrijdig belang ten dele voorkomen door aan de pandhouder en de deurwaarder de verplichting op te leggen om het te gelde te maken goed in het openbaar te verkopen (art. 3:250 e.v. BW en art. 474bb lid 1 jo 463 e.v. Rv).5 In andere gevallen, zoals bij het verkopen van het verpande goed op een afwijkende wijze en bij het verblijven van het verpande goed aan de pandhouder en bij onderhandse verkoop, is voorzien in het toezicht van en de toestemming door (de voorzieningenrechter van) de rechtbank (art. 3:251 lid 1 BW en art. 463 e.v. jo 474bb lid 2 Rv).
703. Bestaat tussen de stille cedent en de stille cessionaris een rechtsverhouding uit lastgeving, dan volgt daaruit voor de stille cedent de verplichting om geen rechtshandelingen te verrichten die tegenstrijdig zijn aan het belang van de stille cessionaris (art. 7:416-7:418 BW).