Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.4.3.3
11.4.3.3 Boedelbeschrijving
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590696:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de voorschriften omtrent boedelbeschrijving, art. 671 t/m 675 Rv. Zie over deze procedure, Maasland 2009, p. 6 e.v. met verdere verwijzingen.
Vgl. art. 1:436 lid 2 jo 1:339 BW.
Tenzij het recht van vruchtgebruik zelf onder bewind is gesteld, en in dat kader een boedelbeschrijving is gemaakt. Vgl. M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 646.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 648.
Vgl. Polak/Wessels IV 2008, nr. 4363 e.v.
Zie over de informatiebevoegdheid van gerechtsdeurwaarders en de opgavenverplichting van uitkeringsverstrekkers, werkgevers en banken, in geval van derdenbeslag, Beekhoven van den Boezem & Verhoeven 2009. De schuldenaar is in beginsel verplicht een schuldeiser die een veroordeling tot betaling van een geldsom heeft verkregen, inlichtingen omtrent zijn inkomens-en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare goederen te verschaffen, maar behoeft aan zijn schuldeiser geen rekening en verantwoording af te leggen 'met betrekking tot zijn financiële handel en wandel in het verleden en heden', aldus HR 20 september 1991, NJ 1992, 552, m.nt. JBMV.
Zie HR 20 juni 1997, NJ 1998, 362 (Wagemakers q.q./Rabobank Roosendaal), m.nt. WMK; en HR 19 september 1997, NJ 1998,689 (Verhagen q.q./INB), m.nt. WMK.
Zie hiervóór nr. 663. Vgl. voor factoring, Rb. Utrecht 3 februari 201, JOR 2010/140 (Curatoren Kraamzorg Nederland/Fa-Med), m.nt. J.W.A. Biemans.
Zie HR 20 juni 1997, NJ 1998, 362 (Wagemakers q.q./Rabobank Roosendaal), m.nt. WMK; en HR 19 september 1997, NJ 1998,689 (Verhagen q.q./INB), m.nt. WMK.
696. Bij bewind, vruchtgebruik, faillissement, vereffening en executele rust op de bevoegde derde de verplichting tot boedelbeschrijving.1 Zie voor minderjarigenbewind, art. 1:338 lid 1 e.v. BW (vgl. art.1:339-342 BW); voorbewind, art.1:436 lid 1 BW,2 art. 3.6.1.4 lid 1 Ontw.BW en art. 4:160 lid 1 BW; voor vruchtgebruik, art. 3:205 lid 1 BW;3 voor faillissement, art. 94 lid 1 Fw; voor vereffening, art. 4:211 lid 3 BW; en voor executele, art. 4:146 lid 2 BW. De boedelbeschrijving is een inventarisatie van de door de derde beheerde goederen, die in de regel zo spoedig mogelijk of met bekwame spoed dient te worden opgemaakt nadat de derde is aangesteld als bewindvoerder, curator, vereffenaar of executeur. De beheersbevoegde dient meestal een afschrift van de beschrijving in te leveren bij bijvoorbeeld de boedelnotaris of de griffie van de rechtbank. De boedelbeschrijving is blijkens de parlementaire geschiedenis ook van toepassing op vorderingen.4 De boedelbeschrijving bevat een opgave van de aangetroffen boeken, bescheiden en andere gegevensdragers betreffende de boedel (vgl. art. 3:15j aanhef BW).5 Onder meer uit deze boeken, bescheiden en andere gegevensdrager kan het bestaan van de in de boedel aanwezige vorderingen worden afgeleid. De verplichting tot boedelbeschrijving heeft een toegevoegde waarde als onduidelijk is welke goederen onder het beheer van de derde vallen: in die gevallen dient eerst te worden vastgesteld om welke goederen het gaat. Dit doet zich voor als de derde bevoegd kan zijn ten aanzien van een algemeenheid van goederen (vgl. vruchtgebruik, art. 3:222 BW) of een geheel vermogen beheert (faillissement, executele, vereffening, testamentair bewind).
Bij pand, derdenbeslag, lastgeving en gemeenschap ontbreekt een verplichting tot boedelbeschrijving. Bij derdenbeslag dient de derdebeslagene te verklaren wat hij aan de geëxecuteerde schuldig is (art. 476a lid 2 sub a Rv, en zie ook art. 475g Rv).6 Bij bulkverpandingen wordt aan het bepaaldheidsvereiste voldaan als achteraf uit de administratie van de pandgever kan worden vastgesteld om welke vorderingen het ging of kunnen partijen ervoor kiezen bij de vestiging van het pandrecht hierover meteen duidelijkheid te verschaffen.7 Deze verplichting van de pandgever om inzage te geven aan de pandhouder van de administratie teneinde te kunnen vaststellen welke vorderingen zijn verpand, of daarvan zelf een opgave te verstrekken aan de pandhouder, is vergelijkbaar met de verplichting tot boedelbeschrijving, maar is daaraan niet gelijk te stellen. Bij gemeenschap en lastgeving staat een boedelbeschrijving ter vrije bepaling van de deelgenoten respectievelijk de lastgever en de lasthebber. Als op voorhand duidelijk is om welke goederen het gaat, ligt de ( overeenkomstige) toepassing van deze verplichting niet voor de hand. Wordt echter een last tot beheer van een geheel vermogen of een algemeenheid van goederen gegeven, dan rust op de lasthebber uit hoofde van de hem opgedragen taak wel de verplichting tot boedelbeschrijving. Ook zaakwaarnemer die de belangen behartigt met betrekking tot een algemeenheid van goederen, en bijvoorbeeld weet dat de zaakwaarneming zich over een lange periode zal uitstrekken, is naar mijn mening uit hoofde van de aard van de door hem aangegane zaakwaarneming verplicht om zo spoedig mogelijk na het begin van de zaakwaarneming over te gaan tot boedelbeschrijving.
697. Het opnemen van een verplichting tot boedelbeschrijving ligt bij de stille cessie niet voor de hand. Deze verplichting komt alleen voor in de wettelijke regelingen waarbij een derde bevoegd is (of kan zijn) ten aanzien van een algemeenheid van goederen of een geheel vermogen. Bij de stille cessie is daarvan geen sprake. Het is wel denkbaar dat, mede gelet op het doen van mededeling, de stille cedent gehouden is om de stille cessionaris voorafgaand aan de stille cessie te informeren over de vorderingen die worden gecedeerd. De stille cessionaris zal als koper voor de vorderingen een koopsom betalen en na de stille cessie het risico van het tenietgaan of het achtergaan van de vordering dragen.8 Bij bulkcessies wordt aan het bepaaldheidsvereiste voldaan als achteraf uit de administratie van de stille cedent kan worden vastgesteld om welke vorderingen het ging.9 Op grond hiervan is de stille cedent verplicht om aan de stille cessionaris inzage te geven in zijn administratie teneinde te kunnen vaststellen welke vorderingen zijn gecedeerd. Deze verplichting is niet gelijk te stellen aan de verplichting tot boedelbeschrijving, onder meer niet omdat deze laatste verplichting zo spoedig mogelijk dient te worden nagekomen. Partijen kunnen uiteraard, in afwijking van de eisen die door de rechtspraak worden gesteld in het kader van het bepaaldheidsvereiste, een vergelijkbare verplichting overeenkomen die reeds geldt op het moment van levering.