Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.4.1
11.4.1 Algemeen / Zorgverplichting ten aanzien van een vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584878:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Ook degenen met de belangen van degenen die een beperkt recht op het goed hebben, dienen de derde dan wel de rechthebbende rekening te houden.
Dat geldt ook als de bevoegdheden aan de derde niet in het belang van de rechthebbende zijn toegekend. Zie bijvoorbeeld voor volmachtverlening in het belang van de gevolmachtigde, Asser/Kortmann 2-I 2004, nr. 9.
Degenen in wiens belang zijn bevoegdheden zijn toegekend, zijn gerechtigd tot de opbrengst van de vordering. Zijn de belanghebbenden de schuldeisers van de rechthebbende, dan is hij na uitkering aan de schuldeisers gerechtigd tot het overschot. Vgl. hiervóór nr. 36.
In de rechtsverhouding tussen schuldeiser en schuldenaar volgt dit bijvoorbeeld uit art. 6:2 en 6:248 BW; in de rechtsverhouding tussen deelgenoten uit art. 3:166 lid 3 BW. Vgl. voor de rechtsverhouding tussen pandhouder en pandgever, Verdaas 2008a, nr. 363.
Vgl. Tjong Tjin Tai 2006, p. 97 e.v.
Zie hiervóór nr. 479 e.v.
Vgl. o.a. T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 119-120; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 292-293.
685. De stille cedent oefent bevoegdheden uit ten aanzien van andermans vordering, namelijk de vordering van de stille cessionaris. Hij dient om die reden rekening te houden met de belangen van de stille cessionaris. Het is de vraag in welke opzichten hij met de belangen van de stille cessionaris rekening dient te houden, en in welke concrete verplichtingen dit gestalte krijgt.
Op degene die een vordering of de opbrengst daarvan onder zich heeft, waarop een ander een recht heeft of de verwachting heeft daarop een recht te krijgen, rusten fiduciaire verplichtingen jegens die ander. Zo hij niet al de belangen van de ander dient te behartigen, dient hij in ieder geval met diens belangen rekening te houden. Dit geldt niet alleen voor de derde die bevoegd is ten aanzien van andermans goed, en die bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met de belangen van de rechthebbende rekening dient te houden. Het geldt ook voor de oude rechthebbende. Hij dient bij de uitoefening van zijn bevoegdheden rekening te houden met de belangen van de nieuwe rechthebbende in de periode dat hij de overgang van het goed redelijkerwijs kan verwachten. De uitoefening van bevoegdheden heeft rechtsgevolgen voor het goed, en derhalve ook voor de rechthebbende of de beoogd rechthebbende van dat goed.1 Uit dien hoofde zijn de derde en de oude rechthebbende gehouden om met de belangen van de ander rekening te houden.2 Deze verplichting volgt uit de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de derde en de rechthebbende beheerst respectievelijk de rechtsverhouding tussen de oude en de nieuwe rechthebbende. Ook de stille cedent dient rekening te houden met de stille cessionaris, op grond van de redelijkheid en billijkheid waardoor ook hun rechtsverhouding wordt beheerst
Bij de overgang van een vordering dient de oude schuldeiser die partij blijft bij de overeenkomst waaruit de vordering voortvloeit of die een zaak met eigendomsvoorbehoud of een opschortingsrecht (retentierecht) behoudt, ook na de overgang van de vordering rekening te houden met de belangen van de nieuwe schuldeiser als hij zich beroept op zijn uit de overeenkomst, het eigendomsvoorbehoud of het opschortingsrecht voortvloeiende rechten. Dit geldt ook voor de stille cedent.
Als aan de derde bevoegdheden zijn toegekend in het belang van een ander, is hij gehouden om de belangen van deze persoon (actief) te behartigen. Als de bevoegdheden aan hem zijn toegekend in het belang van een of meer rechthebbende(n), zoals aan een bewindvoerder of aan een beheersbevoegde deelgenoot bij gemeenschap, is hij gehouden de belangen van de (gezamenlijke) rechthebbende(n) te behartigen. Als de bevoegdheden aan hem zijn toegekend in het belang van een of meer schuldeisers, zoals aan een deurwaarder of aan een curator, is hij gehouden de belangen van de (gezamenlijke) schuldeiser(s) te behartigen.3 Zijn aan de derde bevoegdheden toegekend in het belang van de rechthebbende, dan zal de derde derhalve om twee redenen rekening dienen te houden met de belangen van de rechthebbende: omdat het diens goed betreft ten aanzien waarvan hij bevoegd is, en omdat hij de belangen van de rechthebbende (actief) dient te behartigen. Zijn aan de derde bevoegdheden toegekend in het belang van een of meer schuldeisers, dan dient hij hun belangen actief te behartigen en daarnaast rekening te houden met de belangen van de rechthebbende. Voor de stille cedent geldt dat hij rekening zal dienen te houden met de belangen van de stille cessionaris, de rechthebbende van de stil gecedeerde vordering.
Samenvattend: de stille cedent dient zich om verschillende redenen rekenschap te geven van de belangen van de stille cessionaris. Hij dient met de belangen van de stille cessionaris als de beoogde, nieuwe schuldeiser rekening te houden vóór de overgang van de vordering; hij dient daarmee rekening te houden ná de overgang van de vordering als oude schuldeiser als hij bevoegdheden of rechten ten behoeve van de stille cessionaris als nieuwe schuldeiser kan uitoefenen; en hij dient met deze belangen rekening te houden omdat hij na de stille cessie andermans recht uitoefent, en in meer het bijzonder uit hoofde van de lastgeving (actief) de belangen van de stille cessionaris als lastgever dient te behartigen.
686. De rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris wordt zoals gezegd beheerst door de redelijkheid en billijkheid. In het algemeen geldt dat de rechtsverhouding tussen de rechthebbende en de derde, en de rechtsverhouding tussen de oude rechthebbende en de nieuwe rechthebbende door de redelijkheid en billijkheid wordt beheerst.4 Een verplichting die hieruit voortvloeit is de zorgverplichting ten aanzien van de vordering. De zorgverplichting bestaat in de onderlinge rechtsverhouding tussen partijen en heeft betrekking op het goed, de vordering.5 De zorgverplichting is een bestaande voortdurende verbintenis die op de bevoegde persoon rust, en waarvan de ander, jegens wie de verplichting geldt, nakoming kan vorderen. De zorgverplichting hangt onlosmakelijk samen met de (veelal exclusieve) bevoegdheden die een der partijen heeft ten aanzien van het goed.
Uit de zorgverplichting volgt dat de daartoe bevoegde persoon niet alleen bevoegd, maar ook verplicht is om die rechtshandelingen te verrichten die bevorderlijk zijn voor de vordering en tegelijkertijd verplicht is om af te zien van die rechtshandelingen die aan de vordering afbreuk doen. Door het niet uitoefenen van bevoegdheden kunnen rechten verloren gaan. Zo wordt door het niet innen van een vordering de opbrengst mislopen, ontstaat schuldeisersverzuim, verjaart de vordering enz.6
Op grond van zijn zorgverplichting kan een derde (intern) tot minder gehouden zijn, dan waartoe hij (extern) bevoegd is. Bijvoorbeeld, de beheersbevoegde derde is bevoegd tot alle handelingen die dienstig kunnen zijn aan een goed beheer van de vordering. In zijn rechtsverhouding tot de rechthebbende is hij echter gehouden om aileen die rechtshandelingen te verrichten die dienstig zijn aan een goed beheer van de vordering. De pandhouder en de beslaglegger zijn bevoegd om de vordering door opzegging vervroegd opeisbaar te maken. Zij zijn echter gehouden om niet onnodig van deze bevoegdheid gebruik te maken. Bij schending van deze verplichting hebben zij weliswaar bevoegd gehandeld, maar zijn zij mogelijk schadeplichtig jegens de rechthebbende van het goed.
De inhoud van de zorgverplichting is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en dient van geval tot geval beoordeeld te worden. Ook wordt de concrete zorgverplichting van een bevoegde persoon bepaald door zijn bevoegdheden; aan een persoon die tot weinig bevoegd is, worden andere eisen gesteld, dan aan een persoon die tot veel bevoegd is. In de regel zal de inhoud van de zorgverplichting voor de bevoegde persoon de verplichting met zich meebrengen (voor zover hij daartoe ook bevoegd is) dat:
de vordering wordt geïnd, indien deze opeisbaar is; betalingen in ontvangst worden genomen; zo nodig wordt aangemaand, een ingebrekestelling wordt verstuurd en in rechte nakoming wordt geëist; rechtsmiddelen worden ingesteld, zo nodig getuigen worden gehoord, verweer wordt gevoerd; in het faillissement van de schuldenaar de vordering ter verificatie wordt ingediend, en als een executeur of vereffenaar van de nalatenschap is aangesteld, de vordering bij hem wordt ingediend;
de vordering (aldan niet door opzegging) vervroegd opeisbaar wordt gemaakt als dat nodig is, waaronder tijdig een keuze wordt uitgebracht bij een alternatieve verbintenis; de verjaring wordt gestuit;
bij niet-nakoming de aan de vordering verbonden zekerheden worden uitgewonnen; en/of verhaal wordt genomen op de goederen van de schuldenaar;
bij een toerekenbare tekortkoming de vordering wordt omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding, en vervangende schadevergoeding wordt gevorderd; opeisbare renten, verbeurde boetes en verbeurde dwangsommen worden geïnd;
bij een tekortkoming en een termijnstelling door de schuldenaar ex art. 6:88 lid 1 BW binnen de gestelde redelijk termijn kenbaar wordt gemaakt of aanspraak wordt gemaakt op nakoming, schadevergoeding of ontbinding;
bij inbreuk op de vordering en bij benadeling van schuldeisers (vermogensbenadeling dan wel het veroorzaken van wanprestatie) daartegen wordt opgetreden, bijvoorbeeld door het instellen van een actie tot nakoming, tot schadevergoeding of tot vernietiging op grond van de actio Pauliana; bij een voorgenomen ontbinding, omzetting, kapitaalvermindering, fusie, splitsing en beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid uit een 403-verklaring daartegen verzet wordt aangetekend;
geen rechten of bevoegdheden worden prijsgegeven, dus geen afstand van de vordering of de daaraan verbonden nevenrechten wordt gedaan, geen verweermiddelen van de schuldenaar worden toegestaan; de bewijspositie van de schuldeiser niet wordt bemoeilijkt; geen opschortingsrechten en retentierechten worden prijsgegeven, geen afstand van een eigendomsvoorbehoud wordt gedaan, geen rechten van pand of hypotheek worden verwaarloosd, opgezegd of daarvan afstand wordt gedaan; geen afstand van instantie wordt gedaan; geen schikkingen worden aangegaan; geen uitstel van betaling wordt verleend; geen toestemming aan schuldoverneming of inbetalinggeving wordt gegeven; en de vordering niet wordt gewijzigd of onoverdraagbaar wordt gemaakt.7
De hiervoor gegeven inhoud van de zorgverplichting betreft aanwijzingen en uitgangspunten. De omstandigheden van het geval kunnen met zich brengen dat bijvoorbeeld wel wordt afgezien van de inning van de vordering of dat een schikking wordt aangegaan. Voor het afwijken dient een goede reden te bestaan.