RvdW 2024/798:Herziening. Mishandeling van moeder (art. 304 lid 1 jo. 300 lid 1 Sr), mishandeling van zus (art. 300 lid 1 Sr), bedreiging van moeder en zus (art. 285 lid 1 Sr). Moeder en zus van aanvrager komen gedeeltelijk terug op belastende verklaringen over de tegen hen begane mishandeling. Aangevoerd wordt dat Rb. de aanvrager zou hebben vrijgesproken als zij bekend was geweest met hun aan aanvraag gehechte schriftelijke verklaringen, art. 457 lid 1 sub c Sv. Bij aanvraag gevoegde verklaringen van getuigen houden niet in dat zij terugkomen op hun eerdere verklaringen dat aanvrager bedreigingen heeft geuit zoals die door Rb. zijn bewezenverklaard. Aanvraag bevat daarom m.b.t. dat feit niet gegeven dat ernstig vermoeden kan wekken. Vooropgesteld moet worden dat aanvrager bij zijn aanvraag tot herziening aannemelijk moet maken dat en waarom getuigen op hem belastende verklaring terugkomen. Getuigen komen in hun bij aanvraag gevoegde verklaringen gedeeltelijk terug op hun eerder bij politie afgelegde verklaringen over geweldshandelingen die aanvrager heeft gepleegd tijdens confrontaties met getuigen. Daarvoor door hen genoemde en ook in aanvraag weergegeven redenen komen erop neer dat toentertijd bij politie belastende verklaringen zijn afgelegd omdat aanvrager thuis voor problemen zorgde, dat er geen passende hulp voor hem was en getuigen geen andere manier zagen om hulp te realiseren die aanvrager in hun ogen nodig had voor onder meer zijn softdrugsverslaving, dan door het doen van aangifte, zoals door politie was geadviseerd. Bij doen van die aangifte zouden zij deels in strijd met waarheid hebben verklaard. In aanvraag wordt niet toegelicht waarom pas nu, 3 jaar na pleegdatum en afleggen van verklaringen bij politie en 2 jaar na onherroepelijk worden van vonnis, en niet al eerder getuigen gedeeltelijk op die verklaringen zijn teruggekomen. Door getuigen opgegeven en in aanvraag genoemde redenen leveren, omdat deze ook verder onvoldoende ondersteund en aannemelijk zijn, geen grond op om aan te nemen dat hun eerdere verklaringen onjuist zijn. Met het overleggen van de bij aanvraag gevoegde verklaringen wordt daarom niet ernstig vermoeden gewekt. Afwijzing aanvraag.