Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/487
Wapenhandel en wapenbezit (art. 9 lid 1 en 26 lid 1 WWM) en witwassen (art. 420bis lid 1 Sr). Vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 361 (oud) Sv. Rb heeft vordering herroeping VI (794 dagen) i.v.m. niet-naleving algemene voorwaarde niet in vonnis in strafzaak maar bij afzonderlijke beslissing toegewezen, waarna hof in hoger beroep in strafzaak vordering toewijst. Mocht hof over vordering oordelen? Verdachte mist belang bij klacht dat hof niet mocht oordelen over vordering herroeping VI. Die klacht zou er bij gegrondbevinding immers toe leiden dat afzonderlijke beslissing van Rb over vordering onherroepelijk is geworden. HR merkt op dat o.g.v. in deze zaak toepasselijk art. 361a (oud) Sv beslissing over vordering herroeping VI i.v.m. niet-naleving algemene voorwaarde deel moet uitmaken van in strafzaak gegeven uitspraak (vgl. NJ 2014/401). Rb heeft in strijd met die bepaling bij afzonderlijke beslissing geoordeeld over vordering maar dat staat er niet aan in de weg dat hof in h.b. in deze strafzaak over vordering kon oordelen (vgl. NJ 1997/721, m.nt. G. Knigge m.b.t. vordering tul van voorwaardelijke straf). Volgt verwerping. Vervolg op NJ 2021/87, m.nt. H.J.B. Sackers. CAG komt tot verwerping na inhoudelijke beoordeling van klacht dat hof niet over vordering mocht oordelen.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:553
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/03249
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:553, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:181, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:61, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2024
Essentie
Wapenhandel en wapenbezit (art. 9 lid 1 en 26 lid 1 WWM) en witwassen (art. 420bis lid 1 Sr). Vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 361 (oud) Sv. Rb heeft vordering herroeping VI (794 dagen) i.v.m. niet-naleving algemene voorwaarde niet in vonnis in strafzaak maar bij afzonderlijke beslissing toegewezen, waarna hof in hoger beroep in strafzaak vordering toewijst. Mocht hof over vordering oordelen? Verdachte mist belang bij klacht dat hof niet mocht oordelen over vordering herroeping VI. Die klacht zou er bij gegrondbevinding immers toe leiden dat afzonderlijke beslissing van Rb ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.