Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/499
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op contante geldbedragen, saldi van bankrekeningen en onroerende goederen onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen klager. 1. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager verplichting tot betaling van ontnemingsmaatregel zal opleggen? 2. Proportionaliteit van beslag. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:605
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02002 B
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:605, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:303, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑03‑2024
Essentie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op contante geldbedragen, saldi van bankrekeningen en onroerende goederen onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen klager. 1. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager verplichting tot betaling van ontnemingsmaatregel zal opleggen? 2. Proportionaliteit van beslag. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02002 B
Datum 16 april 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 maart 2023, nummer RK 23/000287, op een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.