Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/486
Oplichting (meermalen begaan) door via slachtoffers van eerdere oplichtingen het vertrouwen van latere slachtoffers te winnen, waarbij verdachte steeds op vergelijkbare wijze te werk is gegaan, art. 326 lid 1 Sr. 1. Betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. 2. Bewijsklachten. Hebben bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen de aangevers bewogen tot afgifte van kleding? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:600
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03189
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:600, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:240, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑03‑2024
Essentie
Oplichting (meermalen begaan) door via slachtoffers van eerdere oplichtingen het vertrouwen van latere slachtoffers te winnen, waarbij verdachte steeds op vergelijkbare wijze te werk is gegaan, art. 326 lid 1 Sr. 1. Betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. 2. Bewijsklachten. Hebben bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen de aangevers bewogen tot afgifte van kleding? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03189
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2022, nummer 20-002067-21, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.