Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.5.5:10.4.5.5 Lijst geraadpleegde brondocumenten
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.5.5
10.4.5.5 Lijst geraadpleegde brondocumenten
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453009:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De reden waarom het nuttig lijkt een lijst van geraadpleegde brondocumenten bij het verslag te voegen, is dat partijen aan de hand daarvan kunnen nagaan of de onderzoekers geen documenten over het hoofd hebben gezien die voor het onderzoek relevant zijn. Dit belang moet wel enigszins worden gerelativeerd.
Anderen dan de rechtspersoon zullen zelf veelal niet kunnen beoordelen of er documenten ontbreken. De rechtspersoon heeft ook zonder te beschikken over een lijst van door de onderzoekers geraadpleegde documenten de mogelijkheid om zelf relevante bewijsstukken onder de aandacht van de onderzoekers te brengen. Dat kunnen andere partijen natuurlijk ook doen, voor zover zij over relevante stukken beschikken. Om die reden kan ik mij voorstellen dat de onderzoekers volstaan met het bijvoegen van een beschrijving van de belangrijkste documenten die zij hebben geraadpleegd, zonder naar volledigheid te streven. Ik heb daarvoor ook een praktische reden. Zeker bij een groot inquisitoir onderzoek zullen de onderzoekers heel veel documenten onder ogen krijgen. Het overgrote deel daarvan zullen zij vermoedelijk terzijde leggen omdat dit niet relevant blijkt voor het onderzoek. Dan is het ondoenlijk om alle documenten te beschrijven die de onderzoekers hebben bekeken. Het beschrijven daarvan is ook tijdrovend en daardoor kostbaar. Dat is geen zinvolle besteding van het onderzoeksbudget.
Een derde reden waarom ik meen dat de onderzoekers niet zijn gehouden om een lijst van alle geraadpleegde documenten bij het verslag te voegen, is de volgende. De onderzoekers zijn bij de uitvoering van het onderzoek aan geheimhouding gebonden. Door te vermelden dat zij een bepaald document hebben geraadpleegd, maken de onderzoekers ook het bestaan van dat document openbaar. Als de rechtspersoon daardoor redelijkerwijs geen schade kan lijden, is dat geen probleem. Als door deze vermelding echter het belang van de rechtspersoon bij vertrouwelijkheid wordt geschaad, behoeft het vermelden van dat document een rechtvaardiging: het onderzoeksbelang bij openbaarmaking van dit document moet zwaarder wegen dan het belang van de rechtspersoon bij niet-openbaarmaking van het bestaan van dit document. Dat is niet het geval als dat document voor het onderzoek niet relevant is.
Om deze reden kunnen de onderzoekers volstaan met een vermelding van een lijst met de belangrijkste geraadpleegde bronnen en kan de omschrijving daarvan enigszins globaal zijn, bijvoorbeeld: de notulen van de vergaderingen van de raad van commissarissen in een bepaalde periode. Aandachtspunt 4.2 beveelt aan bij het verslag te voegen een opgave van geraadpleegde bronnen. Ik meen dat een meer genuanceerde aanpak als hierboven uiteengezet wenselijk is en in een volgende versie van de Aandachtspunten kan worden opgenomen.