Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.5.2.4:2.5.2.4 Uitkoopprocedure
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.5.2.4
2.5.2.4 Uitkoopprocedure
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453073:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 22 juli 2014, ARO 2014/167 (Xeikon), r.o. 3.9-3.10.
OK 28 juni 2016, JOR 2016/270, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Xeikon).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Xeikon-enquête stelde de vennootschap zich op het standpunt dat de verzoekster, gelet op het op haar aandelen uitgebrachte openbaar bod en de in aansluiting daarop door de meerderheidsaandeelhouder geëntameerde uitkoopprocedure, nog slechts belang had bij een billijke uitkoopprijs. Dat was een vermogensrechtelijk belang, tot behartiging waarvan een enquêteprocedure zich niet zou lenen. De Ondernemingskamer verwierp dit verweer met de redenering dat in de uitkoopprocedure niet of nauwelijks ruimte was voor beantwoording van de vraag wat de waarde van de aandelen zou zijn indien de vennootschap een ander beleid zou hebben gevoerd. Het feit dat de meerderheidsaandeelhouders inmiddels een uitkoopprocedure aanhangig hadden gemaakt, deed daarom niet af aan het belang van verzoekster bij haar enquêteverzoek.1 Uit het vervolg blijkt dat de Ondernemingskamer de uitspraak in de uitkoopprocedure juist heeft aangehouden in afwachting van de inlevering van het onderzoeksverslag ter griffie.2