Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.5.2.6:2.5.2.6 Voorgenomen handelen
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.5.2.6
2.5.2.6 Voorgenomen handelen
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450718:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken (ASMI), r.o. 4.3. Zie over deze uitspraak verder § 2.4.2.
OK 12 april 2010, JOR 2010/183, m.nt. M.W. Josephus Jitta (DIC Almatis Equityco Coöperatief c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voor de praktijk belangrijke vraag is of ook voorgenomen handelen van een persoon wiens handelen aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, voorwerp van onderzoek kan zijn, of dat het wettelijk systeem van het enquêterecht zich hiertegen verzet. Men zou hierover kunnen aarzelen, omdat een enquêteprocedure in beginsel alleen betrekking kan hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot aan de indiening van het verzoek.1 Dit lijkt mij evenwel geen wezenlijke beperking. Uit de feiten en omstandigheden die zich voor de indiening van het verzoek hebben voorgedaan, kan immers al blijken dat de organen van de rechtspersoon het voornemen hebben om op een bepaalde wijze te gaan handelen. Dat kan de grond zijn waarop het enquêteverzoek is gebaseerd. Het kan ook de grond zijn voor een verzoek om de onmiddellijke voorziening te treffen dat het (een orgaan van) de rechtspersoon wordt verboden een bepaalde handeling te verrichten. Daaruit blijkt dat het systeem van het enquêterecht zich niet verzet tegen een onderzoek dat betrekking heeft op voorgenomen handelen. Een voorbeeld van een enquêteverzoek dat zich richtte tegen voorgenomen handelen, betrof de Almatis-zaak.2 In die zaak was het bestuur van Almatis voornemens in Amerika faillissement (Chapter 11) aan te vragen. Het lid van de coöperatie dat de overgrote meerderheid van de lidmaatschapsrechten hield, verzette zich daartegen en vroeg de Ondernemingskamer een onderzoek te gelasten en bij wege van onmiddellijke voorziening Almatis te verbieden in Amerika faillissement aan te vragen. De Ondernemingskamer wees het verzoek op inhoudelijke gronden af, maar het illustreert dat een onderzoek naar voorgenomen handelen mogelijk is.