Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.8:2.8 Aanbevelingen Recofa inzake de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.8
2.8 Aanbevelingen Recofa inzake de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS581906:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de tekst van de aanbevelingen Huls & Schellekens 2001b, p. 187-192.
Het rapport 'Berekening van het vrij te laten bedrag bij toepassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen' is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder Reglementen en op www.wsnp.rvr.org, onder Bewindvoerderinfo.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de mwerkingtreding van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen(wsnp) op 1 december 1998 werd aan de Faillissementswet een nieuwe derde titel inzake schuldsanering toegevoegd. Het grote aantal zaken waarin de nieuwe wet diende te worden toegepast, in combinatie met de grote ruimte die de wetgever op een aantal punten in deze wet ter nadere invulling aan de rechtspraak overliet, maakten overleg en afsternrrüng tussen rechters welhaast noodzakelijk.1
De rechterlijke samenwerking in het kader van de WSNP heeft niet alleen tot overleg, maar ook tot de totstandkoming van enige rechtersregelingen geleid. Recofa, de werkgroep van rechters-commissarissen in faillissementen van de nvvr, stelde in mei 2000 een aantal 'Aanbevelingen' op voor de toepassing van de WSNP.2 Deze aanbevelingen hebben onder meer betrekking op het minnelijk traject, de weigeringsgronden van art. 288 Fw (met name de invulling van de afwijzingsgrond 'niet te goeder trouw gemaakte schulden'), het 'vrij te laten bedrag' van art. 295 lid 2 Fw, de benoeming van de bewindvoerder, de looptijd van de schuldsaneringsregeling, het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de schuldsanering en de postblokkade. Voorts is door Recofa een rapport opgesteld inzake de wijze waarop het vrij te laten bedrag van art. 295 lid 2 Fw (welk bedrag primair gebaseerd is op de beslagvrije voet van art. 475d Rv) berekend dient te worden.3