Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.7.1:3.7.1 Inleiding
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.7.1
3.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499973:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij de eerste golf harmonisatierichtlijnen op het terrein van het effectenverkeer heeft Nederland bijvoorbeeld van die vrijheid gebruik gemaakt door deze richtlijnen vanwege de traditionele zelfregulering van de effectenhandel in Nederland medio 1983 om te zetten in het Fondsenreglement van de Vereniging voor de Effectenhandel. Enkele aanvullende regels van de minister van Financiën werden opgenomen in de Beschikking Beursnotering van 1 november 1983 (Stcrt. 1983, 213).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een Europese richtlijn is verbindend voor de lidstaten ten aanzien van het te bereiken resultaat. Het laat de lidstaten evenwel vrij vorm en middelen te kiezen om dit resultaat tot stand te brengen, mits deze beide geschikt zijn voor het bereiken van het resultaat van de richtlijn (art. 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).1 De bijzondere functie van een richtlijn is om de wetgeving van de lidstaten te harmoniseren. Op deze wijze kunnen handelsbelemmeringen en concurrentieverschillen die het gevolg zijn van uiteenlopende nationale wetgeving ook wel dispariteiten of distorsies genoemd — worden weggenomen, zodat de totstandkoming van een interne markt dichterbij wordt gebracht. Een richtlijn kan dan ook worden omschreven als een bindende instructie aan de lidstaten om hun nationale wetgeving aan te passen en de nationale voorschriften vervolgens toe te passen en te handhaven.
Aan de omzetting van een richtlijn in nationale voorschiften zijn twee rechtsgevolgen verbonden. In de eerste plaats een positief geformuleerd rechtsgevolg: de lidstaten zijn verplicht de omzettingsvoorschriften te handhaven. In de tweede plaats is aan de omzetting van een richtlijn in nationale voorschriften een negatief geformuleerd rechtsgevolg verbonden. Uit de functie van een richtlijn en de voorrang van het recht van de Unie vloeit voort dat het de lidstaten niet is toegestaan om nationale voorschriften die door de richtlijn worden bestreken te wijzigen. Hoewel uit deze uitgangspunten lijkt te volgen dat de nationale wetgever bij de omzetting van een richtlijn in de nationale rechtsorde enige ruimte wordt gelaten om van een richtlijn af te wijken, zal die ruimte in de eerste plaats van de inhoud van de om te zetten richtlijn zelf afhangen. Wij hebben hiervoor echter gezien dat de Richtlijn marktmisbruik overwegend strekt tot volledige harmonisatie (zie § 3.4.4). Dit betekent dat de nationale wetgever niet of nauwelijks nog enige ruimte heeft om een eigen koers uit te zetten.