Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.7.4
3.7.4 Prejudiciële procedure
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS496282:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Voetnoten
Voetnoten
Met het inwerkingtreden van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de naam van het Hof van Justitie gewijzigd. Niet langer wordt meer gesproken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, maar van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Zie verder voor de prejudiciële procedure Barents/Brinkhorst, Grondlijnen van Europees recht (2006), p. 255-266.
Te noemen zijn bijvoorbeeld: HvJ EG 22 november 2005, NJ2006, 336 m.nt. M.R. Mok; JOR 2006/ 49 m.nt. F.G.H. Kristen (Gnongaard c.s.) (zie § 8.4.4) en HvJ EU 23 december 2009, JOR 2010/70 m.nt. M. Nelemans (Spector Photo Group NV & Van RaemdocklCBFA) (zie § 5.7.2). Voor zover mij bekend, heeft de Nederlandse rechter op het terrein van de Richtlijn marktmisbruik nog maar één keer een prejudiciële vraag gesteld. Dat is onlangs geschied door het CBb in zijn beslissing van 6 november 2009, JOR 2010/18 m.nt. M. Nelemans (IMC/AFM).
De uitleg van bepalingen uit de Richtlijn marktmisbruik berust uiteindelijk bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.1 Indien een prejudiciële procedure wordt aangevangen, heeft het Hof van Justitie het 'laatste woord' over de uitleg van een begrip of een bepaling uit een richtlijn (art. 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).2 Uitsluitend een rechterlijke instantie van een lidstaat kan prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie stellen. De AFM heeft deze bevoegdheid dus niet, ook al kan zij bepaalde gedragingen sanctioneren (zie § 9.5). In een enkel geval is reeds een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van bepalingen uit de Richtlijn marktmisbruik of een voorganger daarvan, de Richtlijn transacties van ingewijden.3 Gelet op de sanctionering van de diverse verbods- en gebodsbepalingen in nationale voorschriften zal aan een eenvormige uitleg en toepassing van richtlijnbepalingen behoefte kunnen bestaan. Het Hof van Justitie beantwoordt de prejudiciële vraag in een arrest of een beschikking. De nationale rechter is gebonden aan de gegeven uitleg van de richtlijn wanneer hij uitspraak doet in de bij hem aangebrachte zaak. De uitspraak van het Hof van Justitie is eveneens verbindend voor de andere nationale rechterlijke instanties die over een identieke vraag uitspraak moeten doen.