Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/772
Medeplichtigheid aan witwassen door haar pinpas en bankgegevens af te staan, waarna op haar bankrekening geldbedragen terecht komen die afkomstig zijn van ‘VIN-fraude’, art. 420bis lid 1 sub b Sr. Vorderingen benadeelde partijen, rechtstreekse schade a.b.i. art. 51f lid 1 en 361 lid 2 sub b Sv. Verweer dat nadeel dat door benadeelde partijen is ondervonden niet direct gevolg is van bewezenverklaarde. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 09-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1020
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/01384
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1020, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:499, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑05‑2024
Essentie
Medeplichtigheid aan witwassen door haar pinpas en bankgegevens af te staan, waarna op haar bankrekening geldbedragen terecht komen die afkomstig zijn van ‘VIN-fraude’, art. 420bis lid 1 sub b Sr. Vorderingen benadeelde partijen, rechtstreekse schade a.b.i. art. 51f lid 1 en 361 lid 2 sub b Sv. Verweer dat nadeel dat door benadeelde partijen is ondervonden niet direct gevolg is van bewezenverklaarde. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01384
Datum 9 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.