Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.4:7.4.9.4 Aspecten van het onderzoek waarbij partijen niet gelijk behoeven te worden behandeld
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.4
7.4.9.4 Aspecten van het onderzoek waarbij partijen niet gelijk behoeven te worden behandeld
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456654:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn ook aspecten waarbij de onderzoekers partijen niet gelijk behoeven en zelfs behoren te behandelen bij de uitvoering van het onderzoek:
De onderzoekers behoeven partijen niet in alle gevallen een afschrift te sturen van hun schriftelijke communicatie met de Ondernemingskamer, haar secretarissen en de raadsheer-commissaris. Ook als de onderzoekers met een partij corresponderen, behoeven zij daarvan niet altijd een afschrift aan de andere partijen te sturen.1 De reden waarom de onderzoekers de partijen bij het onderzoek niet gelijk behoeven te behandelen is de vertrouwelijkheid van het onderzoek.
De onderzoekers behoeven niet te bevorderen dat alle partijen toegang krijgen tot de administratie van de rechtspersoon. Het recht op tegenspraak brengt mee dat degenen die in de onderzoeksperiode deel uitmaakten van het bestuur of de raad van commissarissen of anderszins daarbij een rol hebben gespeeld, die toegang in beginsel zouden moeten krijgen.2 De vertrouwelijkheid van het onderzoek brengt mee dat andere partijen die toegang tot de administratie soms juist niet moeten krijgen.
De onderzoekers hebben alleen een hoorplicht ten aanzien van de partijen waarover mogelijk negatieve bevindingen in het verslag worden vermeld.3
De onderzoekers moeten degenen ten aanzien van wie mogelijk negatieve bevindingen in het verslag worden vermeld, gelegenheid bieden tot tegenspraak. Meer in het bijzonder moeten deze partijen de gelegenheid krijgen de voorlopige bevindingen van de onderzoekers (en indien van toepassing van de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking) te weerleggen.4
Verder hebben alleen de partijen ten aanzien van wie wezenlijke bevindingen in het conceptverslag zijn opgenomen het recht daarover opmerkingen te maken.5