Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/10.1:10.1 Inleiding
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS501142:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze studie zijn de relevante facetten van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie, een permanente of doorlopende informatieverplichting die op grond van art. 5:25i Wft hoofdzakelijk voor uitgevende instellingen geldt waarvan de fmanciële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, minutieus in kaart gebracht. De aanleiding voor het onderzoek is geweest het opnemen van een geheel vernieuwde openbaarmakingsplicht in de Richtlijn marktmisbruik en vooral ook de omzetting van die richtlijn in de Nederlandse fmanciële toezichtswetgeving met ingang van 1 oktober 2005. Zoals aangegeven in hoofdstuk 1is in het bijzonder onderzoek gedaan naar de Europese grondslag van de openbaarmakingsplicht, de werkingssfeer en de inhoud daarvan. Ook is onderzoek verricht naar de wijze waarop koersgevoelige informatie door uitgevende instellingen openbaar moet worden gemaakt. Tot slot is aandacht besteed aan het toezicht op de naleving en de handhaving van deze openbaarmakingsplicht Aangezien de federale effectenwetgeving van de USA in zekere zin beschouwd kan worden als de overzeese bakermat van de effectenwetgeving zoals die thans in Nederland geldt, is ervoor gekozen om deze studie aan te vangen met een inleidende schets van de wijze waarop de duty to disclose material nonpublic information aldaar is geregeld. Het onderzoek is afgesloten op 1 september 2010.