Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/481
Feitelijke aanranding van eerbaarheid van medewerkster van restaurant door haar werkgever, art. 246 Sr. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Kan bewezenverklaring van bestanddeel ‘door andere feitelijkheid’ (is gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen) uit bewijsvoering worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:602
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00813
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:602, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
Essentie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid van medewerkster van restaurant door haar werkgever, art. 246 Sr. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Kan bewezenverklaring van bestanddeel ‘door andere feitelijkheid’ (is gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen) uit bewijsvoering worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00813
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 februari 2022, nummer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.