Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/8.7.1
8.7.1 Inleiding
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS496299:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor onder meer: Van der Staay, Serie VIII, deel 93(2007), p. 237-259; Abma, preadvies (2007), p. 75 e.v.; Honée, Serie WO, deel 57(2007), p. 13-29; Den Boogert, Serie IVO, deel 57(2007), p. 139-153; Kemna/Van de Loo, Rol institutionele beleggers in relatie tot bestuur en commissarissen (2009).
Gewezen kan worden op diverse case studies die zijn opgenomen in De Jong e.a., Hedgefondsen en private equity in Nederland (2007). De in Appendix B van dit rapport opgenomen case studies hebben bijvoorbeeld betrekking op Shell, CSM, Laurus, ASMI, Stork, Ahold en ABN Amro.
In de Nederlandse vennootschappelijke verhoudingen heeft zich in een kort tijdsbestek een ware revolutie voltrokken. Waar door aandeelhouders vanouds genoegen werd genomen met de op geregelde basis door uitgevende instellingen georganiseerde investor relations-activiteiten en eventueel een bezoek aan een jaarvergadering, wordt thans met zoveel woorden aanspraak gemaakt op het voeren van een zogeheten 'continue en constructieve dialoog' met uitgevende instellingen in wier kapitaal wordt deelgenomen. Uit welbegrepen eigen belang zal het initiatief voor een dergelijke dialoog ook kunnen uitgaan van een uitgevende instelling zelf, zodat zij weet welke opvattingen onder haar aandeelhouders leven. Voor de geschetste ontwikkeling is een reeks van oorzaken aan te wijzen, zoals: (i) de toename van de aan de algemene vergadering toekomende bevoegdheden op grond van de wet en de Corporate Governance Code, (ii) het niet (meer) optimaal functioneren van de algemene vergadering, (iii) de concentratie van het aandelenbezit bij institutionele beleggers en (iv) de globalisering en de daarmee toenemende Angelsaksische invloed.1
Het gevolg van deze ontwikkeling is dat niet langer uitsluitend de reeds openbaar gemaakte periodieke financiële informatie onderwerp van de tussen uitgevende instellingen en aandeelhouders gevoerde gesprekken is, maar ook koersgevoeliger onderwerpen zoals bijvoorbeeld de strategie van de onderneming, corporate governance-vraagstukken, voorgenomen fusies, overnames of desinvesteringen, de ontwikkeling van de beurskoers en het dividendbeleid. Daar komt nog bij dat aandeelhouders van uitgevende instellingen niet alleen informatie over deze onderwerpen wensen te ontvangen, zij wensen soms ook op de besluitvorming over deze belangrijke onderwerpen invloed uit te oefenen, zowel in de algemene vergadering van aandeelhouders als daarbuiten. In enkele gevallen hebben zich diepgaande conflicten voorgedaan tussen uitgevende instellingen en aandeelhouders over de strategie van de onderneming, die op het scherp van de snede zijn uitgevochten.2
Het onderwerp van deze studie noopt mij aandacht te besteden aan enkele vragen die met deze vorm van aandeelhoudersactivisme (of sympathieker uitgedrukt: actief aandeelhouderschap of `shareholder engagement') verband houden. Hoe moeten deze contacten van uitgevende instellingen met aandeelhouders beoordeeld worden in het licht van de voor uitgevende instellingen geldende openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie? Staat het een uitgevende instelling vrij om selectieve contacten met aandeelhouders aan te gaan? Kunnen aandeelhouders jegens een uitgevende instelling aanspraak maken op het aangaan en onderhouden van dergelijke contacten? Welke informatie mag door een uitgevende instelling in deze contacten worden verstrekt? Dient een uitgevende instelling nog enige transparantie ten opzichte van de effectenmarkt te betrachten indien dergelijke contacten hebben plaatsgevonden, en zo ja, tot hoever reikt die transparantieverplichting dan? En ten slotte: indien een uitgevende instelling met een of meer aandeelhouders selectieve contacten onderhoudt, kunnen andere beleggers met een beroep op het gelijkheidsbeginsel daarop jegens de uitgevende instelling dan ook aanspraak maken?