Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.2.2:7.1.2.2 Geheimhoudingsplicht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.2.2
7.1.2.2 Geheimhoudingsplicht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454261:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1924/25, 69, 1, p. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de invoering van het enquêterecht in 1929 bepaalde artikel 53c lid 2 WvK al dat het de met het onderzoek belaste personen verboden is hetgeen hun nopens de zaken der vennootschap blijkt, verder bekend te maken dan hun opdracht met zich brengt. De bepaling, die in het oorspronkelijke wetsvoorstel niet voorkwam, is toegevoegd in het gewijzigd ontwerp van wet en niet toegelicht.1 Bij de herziening van het enquêterecht in 1971 is de bepaling, in iets andere bewoordingen, opgenomen in artikel 53b lid 2 WvK. Deze tekst is bij de invoering van Boek 2 BW letterlijk overgenomen in artikel 2:251 lid 2 BW en sindsdien niet meer gewijzigd. De vertrouwelijkheid van het onderzoek is verder gewaarborgd door het feit dat het verslag slechts aan een beperkt aantal partijen wordt toegezonden, de Ondernemingskamer bepaalt voor wie het verslag ter inzage wordt gelegd en anderen dan de rechtspersoon alleen met machtiging van de voorzitter van de Ondernemingskamer uit het verslag mededelingen mogen doen. De totstandkomingsgeschiedenis van deze bepalingen bespreek ik in§ 11.3.2.
In het voorstel voor de Wet aanpassing enquêterecht was de laatste volzin van artikel 2:350 lid 4 BW nog niet opgenomen. Deze toevoeging is het gevolg van het aannemen van een amendement van de Kamerleden Van der Scheur en Van Toorenburg. Zij hebben dit amendement als volgt toegelicht.
“Met dit amendement wordt in de wet vastgelegd dat een conceptverslag geheim blijft totdat het ter griffie is neergelegd. Thans is het gebruikelijk dat de onderzoekers, indien zij de rechtspersoon en andere betrokkenen (delen van) het concept van het verslag ter becommentariëring voorleggen, deze partijen eerst een geheimhoudingsverklaring laten tekenen. Uit het voorgestelde lid 4 zou kunnen worden afgeleid dat de onderzoekers deze eis niet meer zouden mogen stellen. Dat is onwenselijk. Zolang de onderzoekers het verslag nog niet ter griffie hebben neergelegd is het onderzoek niet afgerond. De onderzoekers en de rechtspersoon moeten ervan verzekerd zijn dat de tekst van concepten niet openbaar wordt gemaakt. De voorgestelde bepaling sluit aan bij de in artikel 2:351 lid 3 en 2:353 lid 3 BW opgenomen geheimhoudingsplichten.”