Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.4:7.1.4 Plan van aanpak
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.1.4
7.1.4 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459087:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aandachtspunten 2013, Considerans sub E.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zet ik uiteen hoe de onderzoekers het onderzoek zouden kunnen organiseren en uitvoeren. De navolgende beschouwing is primair geschreven voor een grote inquisitoire enquête waarin de rechtsbescherming van de betrokkenen bij het onderzoek van groot belang is en hoge eisen worden gesteld aan de zorgvuldigheid waarmee de onderzoekers het onderzoek moeten uitvoeren. De meeste enquêtes zijn geen inquisitoire enquêtes maar curatieve enquêtes naar kleinere bedrijven, met een aanzienlijk beperkter onderzoeksbudget. Zoals ook al in § 1.3.5 uiteengezet, betekent dit dat niet alles wat ik in dit hoofdstuk bepleit, toegepast moet worden in alle enquêtes. Enerzijds is het niet in alle enquêtes nodig om de rechtsbescherming van de betrokkenen zo zwaar op te tuigen. Anderzijds kan ook een beperkt onderzoeksbudget nopen tot het doen van concessies aan de mate waarin de betrokkenen invloed kunnen uitoefenen op het onderzoek. Volkomen terecht schrijft de Ondernemingskamer in de Aandachtspunten dat ieder onderzoek anders is en maatwerk verdient.1 In § 7.2 begin ik met een beschouwing over de uitvoering van het deskundigenonderzoek in de civiele procedure. In deze paragraaf zal ik ruim aandacht geven aan soft law, zoals de Leidraad deskundigen in civiele zaken en de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken. In § 7.3 geef ik een inleidende beschouwing over de beginselen van behoorlijk onderzoek. In deze paragraaf komen aan de orde de rechtsnormen die de handelwijze van de onderzoekers normeren, de al dan niet toepasselijkheid van artikel 6 EVRM op het onderzoek, de toetsing van de uitvoering van het deskundigenonderzoek in civiele procedures en het onderzoek in de enquêteprocedure door de Ondernemingskamer. Voorts ga ik in op het spanningsveld tussen enerzijds de behoefte aan transparantie en gelijke behandeling van alle betrokkenen bij het onderzoek en anderzijds het belang bij vertrouwelijkheid. In § 7.4 doe ik een poging beginselen van behoorlijk onderzoek te formuleren, toegespitst op een grote inquisitoire enquêteprocedure. In § 7.5 bespreek ik de organisatie van het onderzoek en in § 7.6 de uitvoering van het onderzoek.