Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/283:283 Geval 3: eindbeslissing
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/283
283 Geval 3: eindbeslissing
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS453452:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800, NJ 2008, 553, m.nt. H.J. Snijders (De Vries/gemeente Voorst); Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011, nr. 106-107.
Asser Procesrecht/Asser 3 2013/62, met een verwijzing naar HR 15 september 2006, ECLI:NL: HR:2006:AW9375, NJ 2007, 538, m.nt. H.J. Snijders (AMBA/Buitenhuis).
Hof Amsterdam 25 januari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6489.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een eindbeslissing is een uitdrukkelijke en zonder voorbehoud gegeven beslissing in een tussenuitspraak, waarop de rechter in de verdere loop van het geding in beginsel niet mag terugkomen. Een eindbeslissing kan daarom slechts worden bestreden met de aanwending van een rechtsmiddel. In het arrest De Vries/gemeente Voorst1 heeft de Hoge Raad beslist dat de goede procesorde echter meebrengt, dat de rechter aan wie is gebleken dat een door hem gegeven eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om na partijen gelegenheid te hebben gegeven zich daarover uit te laten, die eindbeslissing te heroverwegen om zo te voorkomen dat hij op ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. Tijdens de instantie kan volgens Asser tegenbewijs worden geleverd tegen een feitenvaststelling in een eindbeslissing in een tussenuitspraak, om aan te tonen dat die feitenvaststelling op een onjuiste feitelijke grondslag berust. Hij meent dat ook – binnen de kaders van een goede procesorde – een getuigenverhoor over een op een onjuiste feitenvaststelling berustend probandum mogelijk is.2 In het verlengde hiervan moet worden aangenomen dat de rechter ook een voorlopig getuigenverhoor kan bevelen waarin de verzoeker wenst te onderzoeken of de eindbeslissing op ondeugdelijke gronden is genomen. Zo kan bijvoorbeeld met behulp van getuigenverklaringen worden aangetoond dat de rechter onjuiste feiten aan zijn eindbeslissing ten grondslag heeft gelegd (bijvoorbeeld valse getuigenverklaringen of vervalste documenten). Onjuist is een uitspraak van het hof Amsterdam, inhoudende dat een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor moet worden aangemerkt als in strijd met de goede procesorde als op de punten waarover de verzoeker getuigen wil doen horen in de hoofdzaak een bindende eindbeslissing is genomen.3 Volgens het hof zou het “belangrijkste doel van het voorlopig getuigenverhoor, het bieden van gelegenheid aan verzoeker tot het verkrijgen van opheldering omtrent de voor de aan te spannen procedure of reeds aanhangige procedure van belang zijnde feiten, zulks teneinde verzoeker in staat te stellen zijn positie beter te beoordelen” niet meer worden bereikt. De verzoeker kan echter, juist met het oog op het al dan niet voortzetten van de hoofdzaak, belang hebben om te achterhalen of de feitenvaststelling in de hoofdzaak op een onjuiste feitelijke grondslag berust. De verzoeker die wenst te onderzoeken of de eindbeslissing op ondeugdelijke gronden is genomen, heeft – mits hij zijn verzoek voldoende onderbouwt – voldoende belang bij zijn verzoek; als inderdaad blijkt dat de eindbeslissing op een ondeugdelijke grondslag berust, dient de rechter in de hoofdzaak op zijn beslissing terug te komen.