Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/278
278 Stelplicht verzoeker
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS453451:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
HR 16 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB6200, RvdW 2007, 987. In deze zaak (die de Hoge Raad afdeed op art. 81 Wet RO) voerde de verzoeker aan dat de vaststellingsovereenkomst alleen bedoelde beleggingsschade te regelen. Geleden vermogensschade zou niet onder de vaststellingsovereenkomst vallen. Gelet echter op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en de verlening van algehele en finale kwijting, meende het hof dat verzoeker onvoldoende had toegelicht waarom de vermogensschade niet in de vaststellingsovereenkomst was meegenomen. In cassatie klaagde de verzoeker dat het hof het verzoek had afgewezen op grond van een beoordeling van de materiële rechtspositie van de verzoeker. A-G Wesseling-van Gent schrijft hierover in haar conclusie voor het arrest dat de verzoeker onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht om zijn belang bij een voorlopig getuigenverhoor te rechtvaardigen. Het hof had de (juiste) maatstaf van art. 3:303 BW gehanteerd en mocht daarbij de materieelrechtelijke positie van de verzoeker betrekken. Zie ook Hof Amsterdam 3 april 2008, JBPr 2008, 57, m.nt. E.F. Groot; Rb. Amsterdam 15 oktober 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ0951.
Zie de beslissing van het hof in HR 16 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB6200, RvdW2007, 987.
Steeds zal uit de omstandigheden van het geval moeten worden afgeleid of hoogstwaarschijnlijk is dat een bepaald(e) vordering of twistpunt al is afgedaan door middel van een in gezag van gewijsde gegane beslissing of een vaststellingsovereenkomst en derhalve of de vordering of het twistpunt in een nieuwe procedure nog ter discussie kan worden gesteld. Hierbij is naar mijn mening cruciaal welke informatie de verzoeker naar voren brengt. Van de verzoeker mag verlangd worden dat hij motiveert waarom de te onderzoeken feiten niet ten grondslag liggen aan een beslissing met gezag van gewijsde of aan geschilpunten waaraan in een vaststellingsovereenkomst een einde is gemaakt.1 Als een verzoeker is bijgestaan door deskundigen ten tijde van het afsluiten van de vaststellingsovereenkomst ligt op hem een extra zware plicht om in zijn verzoekschrift aan te geven waarom niet alle twistpunten in de vaststellingsovereenkomst zijn meegenomen.2