Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/282
282 Geval 2: doorhaling (royement)
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458295:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/160; Hugenholtz/Heemskerk 2012, nr. 107; Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 246, aant. 3.
Volgens de wetgever eindigt de procedure daadwerkelijk door de combinatie van de vaststellingsovereenkomst en de doorhaling van de aanhangige procedure. PG Herziening Rv 2002, p. 419. Deze opmerking strookt echter niet met het karakter van een administratieve maatregel zonder rechtsgevolgen. Zie hierover Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/161.
Snijders/Klaassen/Meijer 2011, nr. 195; Hugenholtz/Heemskerk 2012, nr. 107; Van Dam-Lely 2014 (T&C Rv), art. 246, aant. 2.
HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3818, NJ 2000, 235, m.nt. P.A. Stein (Pratt&Whitney/ Franssen); Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/161; Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 246, aant. 3.
HR 13 september 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0329, NJ 1991, 767 (Dreesmann/Vede); Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 246, aant. 3; Van Dam-Lely 2014 (T&C Rv), art. 246, aant. 3.
Op verlangen van partijen kan een procedure worden doorgehaald op de rol (geroyeerd, art. 246 lid 1 Rv). Doorhaling is een administratieve maatregel zonder rechtsgevolgen, maar partijen kunnen de rechtsgevolgen van doorhaling op de rol wel bij overeenkomst regelen (art. 246 lid 2 Rv). Doorgaans is doorhaling een onderdeel van in een vaststellingsovereenkomst neerlegde afspraken.1 De doorhaling beëindigt de procedure niet;2 de procedure kan worden voortgezet door een eenvoudig verzoek van een partij door middel van een standaard B-formulier aan het gerecht om de zaak voor verder procederen weer op de rol te zetten. De wederpartij moet van het verzoek op de hoogte zijn gesteld (art. 9.6 LRr).
Aangezien de doorhaling slechts een administratieve maatregel is, kan een partij bij onenigheid over de vaststellingsovereenkomst verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen.3 Ook als de doorhaling geen onderdeel is van een schikking waarin een einde wordt gemaakt aan het geschil tussen partijen, kan de rechter gevraagd worden de zaak weer op de rol te plaatsen. Zowel de vaststellingsovereenkomst (in het eerste geval) als de omstandigheden (in het tweede geval)4 kunnen in de weg staan aan de voortzetting van de doorgehaalde procedure. Als een partij bezwaar maakt tegen de voorzetting van de procedure, zal de rechter moeten beoordelen of de vaststellingsovereenkomst dan wel de omstandigheden in de weg staan aan hervatting, waarbij hij een oordeel zal moeten vellen over hetgeen aan de doorhaling vooraf is gegaan.5 De verzoeker heeft naar mijn mening in beginsel – mits hij zijn verzoek voldoende onderbouwt – voldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor als hij feiten wenst te onderzoeken ten behoeve van de vraag of de vaststellingsovereenkomst dan wel de omstandigheden al dan niet in de weg staan aan een hervatting van de procedure. Voor een voorlopig getuigenverhoor ten behoeve van feiten die relevant zijn voor de beslissing van de (hervatte) hoofdzaak bestaat naar mijn mening eerst voldoende belang nadat de rechter de zaak op de rol heeft geplaatst voor hervatting van de procedure, zodat zeker is dat daadwerkelijk wordt voortgeprocedeerd in de hoofdzaak.