Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.4.1:5.4.1 Aansprakelijkheid op grond van de ‘tort of deceit’
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.4.1
5.4.1 Aansprakelijkheid op grond van de ‘tort of deceit’
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS347352:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds in 1789 besliste het House of Lords dat iemand die een onware mededeling doet aan een ander met de intentie dat de ander daarop zijn handelen zal baseren, aansprakelijk is indien de ander in vertrouwen daarop handelt en (financiële) schade lijdt.1 Precies een eeuw later overwoog het rechtscollege in de veelvuldig aangehaalde uitspraak Derry v Peek dat voor een succesvolle vordering op grond van de ‘tort of deceit’ noodzakelijk is dat de handelende persoon wist dat de mededeling die hij deed onwaar was of dat hij roekeloos onverschillig was ten aanzien van de juistheid ervan.2 De uitspraak betrof – net zoals menige andere uitspraak nadien in het kader van ‘deceit’ – een geval waarin de bestuurders van een onderneming werden aangesproken wegens het beweerdelijk verstrekken van onjuiste informatie in het prospectus. In het prospectus dat was uitgevaardigd, was opgenomen dat de onderneming toestemming had van de wetgever (‘Private Act of Parliament’) om stoom te gebruiken in de aandrijving van tramwagens. Dit zou een significante kostenbesparing opleveren ten opzichte van het gebruik van paardenkracht voor het vervoer van de vracht. Een derde partij had in vertrouwen op deze informatie aandelen genomen in de onderneming. Toen de toestemming echter uitbleef omdat hiervoor een aanvullend besluit van de ‘Board of Trade’ nodig was, werd de onderneming ontbonden en sprak de derde de bestuurders aan voor de door hem geleden schade. De aansprakelijkheidsvordering liep uiteindelijk spaak op het ontbreken van de vereiste wetenschap bij de bestuurders – de bestuurders waren volgens de rechter slechts ‘careless’ geweest in het vermelden van die informatie – maar de overwegingen van de rechters bevatten de handvatten die tot heden als vereisten worden gebruikt bij de beoordeling van de aansprakelijkheid op grond van de ‘tort of deceit’.