Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.2.3.3
5.2.3.3 Last tot inning / Stille cessie
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588316:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie (met enige aarzelingen) Vander Weijden 2007, p. p. 580 e. v. Zie voor een lasthebber in algemeen ook Kortmann 2005, p. 68-69; S.C.J.J. Kortmann in zijn noot (sub 2) onder HR 11 maart 2005, JOR 2005/131 (Rabobank/Stormpolder). Vgl. reeds Kortmann 1993a, p. 102. Zie HR 11 maart 2005, NJ 2006, 362 (Rabobank/Stormpolder), m.nt. H.J. Snijders; en Rb. Amsterdam 13 mei 2009, JOR 2009/213 (Bald/Van Boekhold), m.nt. A. Steneker.
Vgl. Kortmann 2005, p. 69; en S.C.J.J. Kortmann in zijn noot (sub 2) onder HR 11 maart 2005, JOR 2005/131 (Rabobank/Stormpolder).
Zie Steffens 2006, p. 140. Zie ook hiervóór nr. 241.
Zie Vander Weijden 2007, p. 575; vgl. Wibier 2009a, nr. 12. Zie ook hiervóór nr. 241.
Zij vertoont daarmee verwantschap met de hiervoor besproken opvattingen over de grondslag voor de bevoegdheid van de beperkt gerechtigde om de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten uit te kunnen oefenen. Zie hiervóór nr. 247-248.
Zie Vander Weijden 2007, p. 576 e.v.
Zie hiervóór nr. 248.
251. Uit het arrest Rabobank/Stormpolder volgt dat de stille cedent als (exclusief) inningsbevoegde lasthebber in beginsel bevoegd is om de aan de vordering verbonden rechten van pand en hypotheek uit te oefenen.1 De stille cedent oefent niet alleen andermans vordering, maar ook andermans zekerheidsrechten uit, namelijk de vordering en de zekerheidsrechten van de stille cessionaris. Uit de lastgeving kan voortvloeien dat de stille cedent niet bevoegd is om de aan de stil gecedeerde vordering verbonden zekerheidsrechten uit te oefenen, of alleen met toestemming van de stille cessionaris.2
Door Steffens is verdedigd dat bij de stille cessie de nevenrechten ook op het moment van mededeling op de stille cessionaris kunnen overgaan. Tot het moment van mededeling zou de stille cedent volgens haar de rechthebbende kunnen blijven van de zekerheidsrechten en andere nevenrechten.3 Deze benadering is geen geldend recht.4 De stille cessie verschilt in goederenrechtelijk opzicht niet van een 'gewone' overgang van een vordering. Ook de zienswijze van Steffens gaat uit van de (mijns inziens onjuiste) veronderstelling dat de stille cedent de zekerheidsrechten alleen kan uitoefenen als hij daarop een goederenrechtelijke aanspraak heeft.5 Het is echter niet nodig dat de stille cedent de rechthebbende van de zekerheidsrechten blijft om hem bevoegd te achten deze uit te oefenen.6 Net zo min als een inningsbevoegde pandhouder de rechthebbende dient te zijn van de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten of daarop een pandrecht moet hebben, om deze rechten te kunnen uitoefenen, 7 hoeft de stille cedent de rechthebbende te blijven van de zekerheidsrechten om deze tot het moment van mededeling te kunnen blijven uitoefenen. De stille cedent kan de zekerheidsrechten als derde uitoefenen op dezelfde wijze als waarop hij de stil gecedeerde vordering als derde uitoefent.
Bij het (dreigend) verzuim van de schuldenaar kan de stille cedent eisen dat de stil verpande roerende zaak in zijn macht wordt gebracht (art. 3:237 lid 3 BW) en hij kan mededeling doen van de verpanding van de vordering aan de schuldenaar van de stil verpande vordering (art. 3:239 lid3 BW). Hij is bevoegd tot de inning van de openbaar verpande vorderingen (art. 3:246 BW) en tot de parate executie van de verpande en verhypothekeerde goederen (art. 3:248, 3:268 BW). Na de executie van het pand- of hypotheekrecht door een andere pand- of hypotheekhouder kan de stille cedent bij de verdeling van de netto-opbrengst afdracht eisen van het verschuldigde deel en zo nodig een rangregeling verzoeken (art. 3:253 lid1 BW jo art. 490b Rv, art. 3:271 BW). Hij kan ook de andere bevoegdheden uit hoofde van het pand- of hypotheekrecht uitoefenen, zoals het vragen van rekening en verantwoording aan de executerende pand- of hypotheekhouders (art. 490c lid 2 Rv, art. 3:272 lid2 BW) en het in het beheer nemen van het verhypothekeerde goed (art. 3:276 BW).
Als bij de stille cessie aan de stille cedent een privatieve last tot inning is verleend (art. 7:423 BW), is de stille cessionaris niet bevoegd tot uitoefening van de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten. Oefent hij (desondanks) een van de bevoegdheden uit die aan hem als pandhouder of hypotheekhouder toekomen, dan zal daarin mededeling van de stille cessie besloten liggen en mogelijk ook de opzegging van de (privatieve) lastgeving aan de stille cedent (art. 7:408 BW).