Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.1:5.1 Inleiding
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591867:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. voor bevoegdheid tot reële executie, hiervóór nr. 180 e.v. en voor de bevoegdheid tot verrekening en de bevoegdheid tot opschorting, hierna nr. 537 e. v. respectievelijk nr. 530 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
218. In hoofdstukken 3 t/m 9 komen de bevoegdheden en de rechten van de stille cedent en de stille cessionaris ten aanzien van de stil gecedeerde vordering aan bod. Nadat in hoofdstuk 3 de inningsbevoegdheid is besproken, en in hoofdstuk 4 de bevoegdheden die nodig zijn om de inningsbevoegdheid te kunnen (blijven) uitoefenen, komen in dit hoofdstuk de verschillende rechten aan bod die de schuldeiser ten dienste staan ter versterking van zijn recht op nakoming.1 Vanwege de samenhang tussen deze zekerheidsrechten en de inningsbevoegdheid, worden deze rechten eerst besproken. Het gaat om de volgende rechten:
de rechten van pand en hypotheek;
de (bijzondere) verhaalsrechten, de voorrechten en voorrang op grand van de wet (waaronder het bodembeslagrecht, het bodemvoorrecht en de voorrang uit hoofde van een retentierecht);
het retentierecht;
het eigendomsvoorbehoud;
de persoonlijke zekerheidsrechten: hoofdelijke aansprakelijkheid, aansprakelijkheid uit hoofde van een 403-verklaring, borgtocht en bankgarantie; en
de rechten uit een financiëlezekerheidsovereenkomst.
219. Het is de vraag aan wie na de stille cessie deze zekerheidsrechten toebehoren en door wie deze rechten kunnen worden uitgeoefend. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen rechten die reeds bestaan vóór de stille cessie en de rechten die worden verkregen ná de stille cessie. Omdat de vraag voor iedere vorm van zekerheid dezelfde is, zal zij hieronder niet steeds worden herhaald.
De vraag of de rechten die reeds bestaan voor de stille cessie, overgaan op de stille cessionaris, wordt beantwoord aan de hand van de overgang van vorderingen. De vraag of de stille cedent de rechten die zijn overgegaan op de stille cessionaris, mag uitoefenen, wordt beantwoord aan de hand van de uitoefening van andermans recht. De vraag aan wie de rechten toebehoren die worden verkregen nadat de stille cessie heeft plaatsgevonden, is minder eenvoudig te beantwoorden. Als na de stille cessie aanvullende zekerheden worden verstrekt, zullen deze aan de stille cedent worden verstrekt en op zijn naam worden gesteld. Hij blijft zich immers voordoen als de schuldeiser van de vordering. Als de zekerheidsrechten op zijn naam worden gesteld, is het de vraag of daardoor een rechtsgeldig zekerheidsrecht tot stand komt. Wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan is het vervolgens de vraag aan wie het zekerheidsrecht toekomt en wie het kan uitoefenen.