Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459116:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit bestudering van de jurisprudentie van de Ondernemingskamer blijkt dat zij de grote mate van vrijheid die de Hoge Raad haar laat bij het formuleren van de onderzoeksopdracht ten volle benut.1 De wijze waarop zij de onderzoeksopdracht formuleert, schiet alle kanten op. Ik kan geen rode draad ontwaren in de jurisprudentie van de Ondernemingskamer. Ook andere schrijvers hebben dit geconstateerd.2 Hieronder zal ik een overzicht geven van de wijze waarop de Ondernemingskamer invulling geeft aan haar taak de onderzoeksopdracht te formuleren. Gelet op het grote aantal uitspraken (het zijn er vele honderden), is het ondoenlijk om deze alle te behandelen. In de onderstaande samenvatting geef ik een overzicht van de verschillende typen onderzoeksopdrachten die ik in de jurisprudentie van de Ondernemingskamer tegengekomen ben. Van ieder type geef ik een of enkele voorbeelden. Uit dit overzicht zal blijken dat de Ondernemingskamer de onderzoekers in de regel heel veel vrijheid geeft. Het lijkt er soms wel op dat de Ondernemingskamer aan de onderzoekers de taak delegeert de omvang van het onderzoek te bepalen.3 Alhoewel dat niet in strijd met de wet is (de Ondernemingskamer is immers niet verplicht de omvang van het onderzoek te beperken), vraag ik mij wel sterk af of dat verstandig is.4