Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.5.2:10.5.2 De gevolgen van vermenging voor het recht van reclame en voorrecht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.5.2
10.5.2 De gevolgen van vermenging voor het recht van reclame en voorrecht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90893:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Buiten en tijdens het faillissement van de koper kan de leverancier geleverde zaken reclameren indien deze individualiseerbaar zijn (§2-702 UCC en §546(c) B.C.). Raken door de leverancier geleverde zaken oneigenlijk vermengd met zaken van de koper of een derde, dan kan het recht van reclame niet meer worden uitgeoefend.1 De leverancier kan de door hem geleverde zaken niet aanwijzen. Dit geldt zowel als zaken van de leverancier oneigenlijk zijn vermengd met zaken van de koper, als met zaken van een derde. Anders dan voor de purchase-money security interest of een security interest kent de wet niet van rechtswege een recht van reclame toe aan de leverancier op een gelijke hoeveelheid zaken.2
De leverancier behoudt wel zijn bevoorrechte aanspraak bij de uitkering uit de failliete boedel voor zijn vordering uit hoofde van verkoop en levering van de zaken aan een ‘insolvente’ koper in diens normale bedrijfsuitoefening.3 §503 (b) (9) Bankruptcy Code kwalificeert de koopprijsvordering van de leverancier als een administrative expense. Aan een administrative expense wordt door §507 (a)(2) B.C. voorrang toegekend, de zogeheten administrative expense priority. Op deze wijze heeft de leverancier voorrang bij de uitkering uit de failliete boedel voor zijn koopprijsvordering, ongeacht of de zaken zich nog in de boedel bevinden. Oneigenlijke vermenging doet dit voorrecht dus niet vervallen, omdat de leverancier een bevoorrechte vordering heeft op de boedel.