RvdW 2022/733:Bedreiging, art. 285 lid 1 Sr. Post Keskin. Afwijzing van ttz. in h.b. gedaan verzoek tot het horen van getuigen op de grond dat het enkele betwisten van de aangiftes door verdachte onvoldoende is voor noodzaak tot horen van aangeefsters. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs. Voldoet procedure in haar geheel aan recht op eerlijk proces? ’s Hofs afwijzing van verzoek tot horen van aangeefsters als getuigen, waaraan door verdediging o.m. ten grondslag is gelegd dat eerder afgelegde verklaringen van die getuigen een belastende strekking hebben, is niet z.m. begrijpelijk. HR neemt daarbij in aanmerking dat Rb en hof de bewezenverklaring hebben aangenomen mede op grond van die door verdachte betwiste verklaringen van aangeefsters zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces (vgl. HR 20 april 2021, NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes). Volgt vernietiging en terugwijzing.