Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/734
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen hennepteelt. Hoofdelijke betalingsverplichting ex art. 36e lid 7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 7 april 2015, NJ 2015/326, m.nt. J.M. Reijntjes, m.b.t. opleggen hoofdelijke betalingsverplichting bij ‘gemeenschappelijk voordeel’. Tegen die achtergrond is ’s hofs oordeel dat de betalingsverplichting hoofdelijk aan betrokkene kan worden opgelegd niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:993
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
20/02992
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:993, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:482, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑2022
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen hennepteelt. Hoofdelijke betalingsverplichting ex art. 36e lid 7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 7 april 2015, NJ 2015/326, m.nt. J.M. Reijntjes, m.b.t. opleggen hoofdelijke betalingsverplichting bij ‘gemeenschappelijk voordeel’. Tegen die achtergrond is ’s hofs oordeel dat de betalingsverplichting hoofdelijk aan betrokkene kan worden opgelegd niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02992 P
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 september 2020, nummer 21-001340-16, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.