Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.3.6:2.3.6 Instructies met betrekking tot de werkwijze
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.3.6
2.3.6 Instructies met betrekking tot de werkwijze
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450720:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.4.2.2.
OK 1 oktober 2014, ARO 2015/1 (Nieuwendijk Monumenten), r.o. 3.17. In gelijke zin OK 4 juli 2016, ARO 2016/174 (Stichting De Gelderhorst), r.o. 3.23.
OK 8 januari 2013, ARO 2013/24 (BHC Holding), r.o. 3.18.
OK 27 april 2012, ARO 2012/65 (Greenchoice), r.o. 3.29.
Storm 2008, p. 21, onder verwijzing naar OK 28 december 2006, JOR 2007/67 (KPNQwest),r.o. 3.55; OK 21 maart 2007, JOR 2007/179 (KEL Development c.s.), r.o. 3.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sporadisch komt het voor dat de Ondernemingskamer de onderzoekers een instructie meegeeft hoe zij bij hun onderzoek te werk moeten gaan. De Ondernemingskamer is bevoegd om dergelijke instructies aan de onderzoekers te geven.1 Zij maakt daarvan echter sporadisch gebruik, onder verwijzing naar de onderzoeksvrijheid die de onderzoekers hebben. Een zaak waarin zij wel een dergelijke instructie heeft gegeven is de zaak-Nieuwendijk Monumenten. In een eerdere procedure tussen partijen had de rechtbank een deskundigenbericht bevolen met betrekking tot onder meer de liquidatiewaarde en de waarde in het economisch verkeer van de vennootschap. Vervolgens gelastte de Ondernemingskamer een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap. Zij overwoog daarbij dat het voor de hand zou liggen dat de onderzoeker, ter vermijding van overbodige kosten, zou bezien in hoeverre de bevindingen van de door de rechtbank benoemde deskundige bruikbaar zouden zijn in het door hem te verrichten onderzoek.2 Meestal formuleert de Ondernemingskamer zoiets veel vrijblijvender, door te overwegen dat het de onderzoeker vrijstaat om bevindingen van een ander rapport desgewenst te betrekken bij zijn onderzoek.3 In de Greenchoice-enquête gaf de Ondernemingskamer de instructie mee dat er geen aanleiding bestond om de (door partijen niet betwiste) bevindingen in een NMa-rapport opnieuw te onderzoeken.4 De Ondernemingskamer houdt er kennelijk niet van als partijen haar verzoeken de onderzoekers instructies te geven. Dat heeft doorgaans niet het door partijen beoogde resultaat.5