Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.3:7.4.9.3 Aspecten van het onderzoek waarbij alle partijen gelijk moeten worden behandeld
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.3
7.4.9.3 Aspecten van het onderzoek waarbij alle partijen gelijk moeten worden behandeld
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455448:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.6.3.
Vgl. artikel 198 lid 2 Rv.
Zie § 7.6.7.2.
Zie hierover § 4.3.2 (vaststellen onderzoeksbudget) en § 4.5 (verhogen onderzoeksbudget).
Zie § 7.5.5.3.
Vgl. Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 11. Zie § 7.6.6.4 (rechtsbijstand) en § 7.5.8.6 (communicatie).
Zie § 6.3.5.5, § 6.4.5 en § 7.6.6.4-5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot de volgende aspecten dienen de onderzoekers alle partijen bij het onderzoek gelijkelijk te betrekken:
Partijen moeten op dezelfde wijze bij de opzet van het onderzoek worden betrokken. Indien de onderzoekers een plan van aanpak opstellen, sturen zij dit plan in concept aan alle bij het onderzoek betrokken partijen toe voor het maken van opmerkingen. Uiteraard is het aan de onderzoekers om te bepalen wat zij met die opmerkingen doen, waarbij zij rekening kunnen houden met de verschillende belangen die de verschillende partijen kunnen hebben.1
Alle partijen hebben het recht om, hetzij bij het geven van commentaar op het plan van aanpak, hetzij in een later stadium van de procedure, onderzoekswensen te formuleren en aan de onderzoekers te doen toekomen.2 Uiteraard is het aan de onderzoekers om te bepalen wat zij hiermee doen. De onderzoekers kunnen partijen een termijn stellen voor het formuleren van onderzoekswensen, en te laat geformuleerde onderzoekswensen buiten beschouwing laten.
Alle partijen hebben het recht om een schriftelijke zienswijze met betrekking tot de onderzoeksvragen aan de onderzoekers te doen toekomen. Anders dan in het civiele deskundigenonderzoek brengt het vertrouwelijke karakter van het onderzoek mee dat de partijen daarvan geen afschrift aan de overige partijen behoeven te sturen. Dat zou het belang van de ‘verwerende’ partijen om informatie aan de onderzoekers te verstrekken te zeer schaden. Ik kan mij echter voorstellen dat in bepaalde antagonistische of curatieve enquêtes de onderzoekers het wenselijk vinden dat partijen op elkaars zienswijze kunnen reageren. In dat geval kunnen de onderzoekers de betrokken partijen vragen hun zienswijze ook aan de wederpartij(en) te sturen. De onderzoekers mogen dit zonder toestemming van de betrokken partij niet zelf doen.3
Alle partijen hebben het recht zich uit te laten over het onderzoeksbudget en de eventuele verhoging daarvan.4 De reden dat alle partijen het recht moeten hebben zich hierover uit te laten, is dat de hoogte van het onderzoeksbudget ook invloed heeft op de mate van gedetailleerdheid en zorgvuldigheid waarmee het onderzoek kan worden uitgevoerd.
Indien de onderzoekers een hulppersoon willen inschakelen die behulpzaam kan zijn bij het beantwoorden van een onderdeel van de onderzoeksvraag, zullen zij hun voornemen daartoe van tevoren aan partijen moeten mededelen, zodat deze hun visie daarop kunnen geven alvorens de onderzoekers definitief beslissen.5
Alle partijen hebben het recht op rechtsbijstand tijdens de onderzoeksfase. Indien partijen zich hebben voorzien van rechtsbijstand, communiceren de onderzoekers in beginsel uitsluitend met hun advocaat.6 Met betrekking tot alle partijen respecteren de onderzoekers het hun toekomende verschoningsrecht.7