Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.1:10.1 Inleiding
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90993:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/516; Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/124, 178; Van Hoof 2015, paragraaf 10.2.4; Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/58; Snijders/Rank-Berenschot 2017/287; Verheul 2018, p. 249-252.
Hof Arnhem 4 maart 2008, JOR 2008/176 (Elmarc/curatoren Megapool).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel in een productie- als distributiefase kunnen roerende zaken van verschillende eigenaren of beperkt gerechtigden zodanig door elkaar raken dat niet meer is te onderscheiden op welke zaak wiens eigendoms- of beperkte recht rust. De zaken zijn niet meer individualiseerbaar. De oorspronkelijke eigenaren of beperkt gerechtigden kunnen niet bewijzen van welke specifieke zaken zij eigenaar of beperkt gerechtigde zijn en kunnen daarom hun rechten niet uitoefenen. Naar Nederlands recht wordt dit aangeduid als oneigenlijke vermenging.1
Het Megapool-arrest van het Hof Arnhem uit 2008 vormt een illustratie van deze problematiek.2 Elmarc verkoopt en levert periodiek consumentenelektronica aan Megapool onder eigendomsvoorbehoud. In 2004 wordt Megapool failliet verklaard en blijkt zij een aantal koopprijsvorderingen van Elmarc niet te hebben voldaan. Elmarc wil haar zaken revindiceren. Ondanks dat vaststaat dat de zich bij Megapool bevindende consumentenelektronica is geleverd door Elmarc, weigeren de curatoren de zaken af te geven, omdat Elmarc niet kan aantonen welke zaken wel en welke niet zijn betaald. De onbetaalde zaken van Elmarc zijn volgens de curatoren oneigenlijk vermengd met de betaalde zaken die eigendom zijn van Megapool. Aangezien Elmarc de bewijsvermoedens van art. 3:109 en 3:119 BW niet kan weerleggen, vallen de onbetaalde zaken van Elmarc volgens curatoren in de failliete boedel. In dit geval had de leverancier echter geluk. Het hof besliste dat Elmarc een kredieteigendomsvoorbehoud had bedongen en dus nog eigenaar was van alle aanwezige consumentenelektronica. Elmarc kon zijn zaken revindiceren.
Er zijn talloze vergelijkbare voorbeelden aan te wijzen waarin de curator in het Nederlandse recht tracht door middel van het oneigenlijke vermengingsverweer de zaken in de boedel te houden. Slaagt dit verweer, dan heeft dit tot gevolg dat de leverancier zijn zekerheidsrecht niet meer kan uitoefenen.
Dit is anders in het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht. In deze rechtsstelsels wordt oneigenlijke vermenging niet als een afzonderlijk leerstuk behandeld, maar als een vorm van (eigenlijke) vermenging. Bij oneigenlijke vermenging ‘verlengt’ de voorrangspositie voor leverancierskrediet zich in deze stelsels (in beginsel) tot de hoeveelheid oneigenlijke vermengde zaken. De wijzen waarop dit wordt vormgegeven, bespreek ik in de paragrafen 10.3 tot en met 10.5.
Het huidige Nederlandse recht leidt tot een vergelijkbaar resultaat, indien niet een strikte maar een meer rekkelijke benadering wordt gevolgd bij oneigenlijke vermenging. Beide benaderingen en de gevolgen voor de voorrangspositie voor leverancierskrediet in het Nederlandse recht worden besproken in paragraaf 10.2.