Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.3.7
2.3.7 Instructies met betrekking tot de duur van het onderzoek
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455490:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 1991/92, 22400, 2, p. 7.
Zie § 7.4.15.
Zie § 7.2.1 (waarin ik beschrijf hoe de voormalige rechtbank Arnhem (thans rechtbank Gelderland) hiervan gebruikmaakt) en § 7.6.3 (plan van aanpak).
Vgl. artikel 197 lid 2 Rv.
OK 29 april 2002, JOR 2002/221 (I.H.D. Schiphol Services). Een verzoek van de verzoekers aan de Ondernemingskamer om de onderzoekers op te dragen periodiek verslag uit te brengen is afgewezen door OK 22 mei 2002, JOR 2002/116, m.nt. M. Brink (Laurus), r.o. 3.15.
OK 24 februari 2014, ARO 2014/54 (Body Control Concepts Holding), r.o. 3.12.
R-C OK 14 januari 2015, ARO 2015/45 (Leaderland), r.o. 2.5; R-C OK 18 maart 2016, ARO 2016/ 93 (Nieuwendijk Monumenten), r.o. 2.5.
Zie over het tussentijds verslag § 7.5.9.
Zie over de mogelijkheden die de raadsheer-commissaris ten dienste staan § 9.4.4.6.
Zie § 7.6.3.4.
Volgens de memorie van toelichting bij de Wet aanpassing van de regeling van het recht van enquête heeft de Ondernemingskamer de algemene taak de voortgang en de kwaliteit van het onderzoek te bewaken.1 Uitvoering van het onderzoek binnen een redelijke termijn is bovendien een beginsel van behoorlijk onderzoek. De Ondernemingskamer heeft de instrumenten om hierop toe te zien, zowel bij de aanvang als gedurende de loop van het onderzoek.2 In de beschikking waarbij zij de onderzoeker benoemt, zou de Ondernemingskamer bijvoorbeeld met analoge toepassing van artikel 197 lid 1 Rv een termijn kunnen opnemen waarbinnen de onderzoekers een afspraak met de rechtspersoon moeten hebben gemaakt, of waarbinnen zij een plan van aanpak moeten hebben opgesteld.3 Met analoge toepassing van artikel 197 lid 2 Rv zou de Ondernemingskamer in deze beschikking kunnen bepalen binnen welke termijn de onderzoekers hun verslag ter griffie moeten inleveren.
Ik vind het opmerkelijk dat de Ondernemingskamer maar zelden iets opmerkt over de voortgang van het onderzoek. Het is bij mijn weten niet voorgekomen dat de Ondernemingskamer de onderzoekers een termijn stelt waarbinnen zij het verslag ter griffie moeten inleveren.4 Wat in het grijze verleden wel een keer is gebeurd, is dat de Ondernemingskamer de onderzoekers in het dictum van haar beschikking, zonder enige motivering, heeft opgedragen periodiek (iedere drie maanden) tussentijds verslag uit te brengen.5 Waarom de Ondernemingskamer dit maar één keer heeft gedaan is onduidelijk. Er zullen, naar ik aanneem, wel meer enquêtes zijn geweest waarbij een spoedige uitvoering van het onderzoek gewenst was. Een enkele keer ben ik ook tegengekomen dat de Ondernemingskamer de onderzoeker aanspoorde het onderzoek voortvarend ter hand te nemen.6 Buiten deze gevallen ben ik geen zaken tegengekomen waarbij ik heb geconstateerd dat de Ondernemingskamer een tastbare invulling aan haar regiefunctie geeft. Sterker nog, recentelijk heeft de raadsheer- commissaris diverse keren geweigerd de onderzoekers een termijn te stellen waarbinnen zij het onderzoek moeten afronden.7
De Ondernemingskamer zou door een kleine aanpassing van haar werkwijze kunnen bevorderen dat onderzoeken sneller worden afgerond:
In kleine enquêtes kan de Ondernemingskamer de onderzoekers een termijn stellen waarbinnen het verslag ter griffie moet worden ingeleverd. Dat kan een vaste datum zijn, of een termijn die aanvangt op het moment dat voor het onderzoeksbudget zekerheid is gesteld. In de Aandachtspunten kan worden opgenomen dat de onderzoekers op het moment dat zij zien aankomen dat zij die termijn niet gaan halen, in een kort tussentijds verslag aangeven wat de oorzaak voor de vertraging is – die ook kan zijn gelegen in omstandigheden buiten de invloedssfeer van de onderzoekers – en wanneer zij verwachten het onderzoek wel afgerond te hebben.8 De Ondernemingskamer en/of de raadsheer-commissaris kan eventueel een nieuwe termijn aan de onderzoekers stellen.9
In grotere enquêtes, en in ieder geval in iedere inquisitoire enquête, draagt de Ondernemingskamer de onderzoekers op binnen een door haar te stellen termijn een plan van aanpak op te stellen. Dat plan van aanpak bevat onder meer ook een tijdschema voor de uitvoering van het onderzoek.10 De Ondernemingskamer kan daarnaast de onderzoekers opdragen periodiek een tussentijds verslag uit te brengen over de voortgang van het onderzoek. De in de Aandachtspunten op te nemen bepaling dat de onderzoekers het in een tussentijds verslag moeten melden wanneer zij het tijdschema niet gaan halen, geldt uiteraard ook voor deze situatie.
Ik ben ervan overtuigd dat met deze middelen onderzoeken niet alleen sneller, maar ook goedkoper kunnen worden afgerond. De ervaring leert immers dat naarmate een onderzoek langer duurt, de kosten hoger worden.