Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/269
269 Scherpe regel 1: arbeidszaken
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS454655:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
De Baijings-leer, zie HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AM1905, NJ 1998, 257, m.nt. P.A. Stein (Baijings/mr. H). In deze zaak was door de kantonrechter uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding de aanspraak van Baijings inzake aandelenopties buiten beschouwing liet en dat deze aanspraak in een afzonderlijk geding moest worden beoordeeld. In een dergelijk geval wordt een uitzondering op de hoofdregel gemaakt. Zie recent: HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0896, NJ 2009, 128, m.nt. E. Verhulp (Seminis/Van Wielink).
Rb. ’s-Hertogenbosch 17 juni 1987, ECLI:NL:RBSHE:1987:AL1885, Prg. 1988, 2802; Rb. Amsterdam (ktr) 31 juli 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AQ8859, NJF 2003, 33; Rb. Zwolle-Lelystad (ktr) 20 oktober 2006, ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1718; Rb. Groningen (ktr) 10 juli 2008, ECLI:NL:RBGRO:2008: BL0638.
Rb. Alkmaar (ktr) 23 april 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BW5056.
Volgens vaste rechtspraak geldt, dat feiten en omstandigheden die tijdens de ontbindingsprocedure aan de orde (geacht moeten worden te) zijn geweest, niet meer in een aanvullende procedure kunnen worden getoetst.1 Uitgangspunt moet daarom zijn dat in een ontbindingsvonnis aan alle twistpunten tussen partijen een einde is gemaakt en er geen ruimte is om nog aanvullende schadevergoeding te vorderen. Een ex-werknemer die daarom na een ontbindingsvonnis langs andere weg (strijd met goed werkgeverschap of onrechtmatige daad) nog geld van zijn ex-werkgever wil vorderen, stuit op een scherpe regel en moet goed onderbouwen waarom hij nog recht heeft op betaling van geld door zijn ex-werkgever om te voorkomen dat zijn verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor afstuit op onvoldoende belang.2
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege na het verstrijken van die bepaalde tijd. Een ex-werknemer stelde dat hem de ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat het dienstverband voor bepaalde tijd na afloop daarvan zou worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.3 De kantonrechter overwoog dat een overeengekomen beëindiging van rechtswege alleen dan onrechtmatig is als het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De ex-werknemer had daartoe te weinig aangevoerd naar de mening van de kantonrechter, tot welk oordeel de kantonrechter kwam na een overigens te weinig marginale beoordeling van de vordering in de hoofdzaak. Aangezien de ex-werknemer zich beriep op de uitzondering en het – voldoende duidelijk omschreven – feitencomplex relevant was voor de beantwoording van de vraag of de beëindiging van rechtswege onrechtmatig was, had de kantonrechter het verzoek naar mijn mening moeten toewijzen.