Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.2:1.7.2 Eerste onderzoeksdoel: normatief beschrijven hoe de onderzoekers het onderzoek behoren uit te voeren
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.2
1.7.2 Eerste onderzoeksdoel: normatief beschrijven hoe de onderzoekers het onderzoek behoren uit te voeren
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454294:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mijn eerste onderzoeksdoel is normatief beschrijven hoe de onderzoekers het onderzoek behoren uit te voeren. Dit komt vooral aan de orde in de hoofdstukken 5-8 en 10. In hoofdstuk 5 bespreek ik wat de taken van de onderzoekers zijn bij het uitvoeren van hun onderzoek. Dit zijn de vaste taken die in ieder onderzoek moeten worden uitgevoerd, zoals het vaststellen van de feiten, het beoordelen van het gevoerde beleid en het opstellen van een onderzoeksverslag. Daarnaast bespreek ik een aantal mogelijke overige taken van de onderzoekers. De onderzoekers hebben een aantal formele bevoegdheden om het onderzoek uit te voeren. Wat die bevoegdheden zijn, en welke beperkingen de onderzoekers bij het uitoefenen van die bevoegdheden in acht moeten nemen, komt aan de orde in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 beschrijf ik de uitvoering van het onderzoek. Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. In het eerste deel bespreek ik de beginselen van behoorlijk onderzoek en de regels waaruit ik die afleid. Daartoe ga ik ook in op de wijze waarop de Ondernemingskamer omgaat met bezwaren tegen de wijze waarop het onderzoek wordt of is uitgevoerd. Het tweede deel van dit hoofdstuk is meer praktisch. Daarin bespreek ik de manier waarop de onderzoekers het onderzoek kunnen organiseren en hoe zij het kunnen uitvoeren. Een kenmerk van het onderzoek is dat de onderzoekers oordelen over gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Om die reden bestaat het risico dat hun oordeel wordt beïnvloed door de ongunstige afloop van de handelwijze van de rechtspersoon (zonder ongunstige afloop zou er geen enquêteverzoek zijn gedaan en zou geen enquête zijn gelast). In hoofdstuk 8 beschrijf ik hoe hindsight bias ontstaat en wat de onderzoekers kunnen doen om te voorkomen dat hun oordeel door hindsight bias wordt beïnvloed. Het sluitstuk van het onderzoek is het opstellen van het verslag. Dit behandel ik in hoofdstuk 10. Hoofdstuk 11 gaat over het einde van het onderzoek. Daarin komt onder meer de inlevering van het verslag aan de orde. Uiteraard komt de rol van de onderzoekers ook aan de orde in de andere hoofdstukken, die zich meer richten op de rol van de Ondernemingskamer en de raadsheer-commissaris.