Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.5.5
6.5.5 Dwangsom
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455460:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld OK 27 december 2012, JOR 2013/42, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Van Lier-Van der Lans) en OK 11 juli 2014, ARO 2014/139 (Leaderland c.s.).
Handelingen II 1969/70, 60, p. 2876 en 2908. Hierbij moet worden bedacht dat op dat moment de mogelijkheid onmiddellijke voorzieningen te treffen nog niet aan de orde was.
Zie Bulten 2016, p. 79 en daar genoemde literatuur, waaraan nog kan worden toegevoegd Hermans, Winters & Van der Schrieck 2014, p. 58.
Zie voor een uitzondering artikel 162 lid 3 Rv, dat uitdrukkelijk bepaalt dat in een jaarrekeningprocedure de Ondernemingskamer ambtshalve een dwangsom kan opleggen.
De vraag rijst of de raadsheer-commissaris de bevelen als bedoeld in artikel 2:352 BW met een dwangsom kan versterken. In andere situaties heeft de Ondernemingskamer al een dwangsom aan een veroordeling verbonden.1 Dit niettegenstaande het antwoord van de minister van Justitie tijdens de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel Herziening van het enquêterecht dat in het systeem van het enquêterecht een dwangsom geen zin heeft.2 In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat de raadsheer-commissaris een dwangsom kan opleggen.3 De dwangsom is geregeld in de artikelen 611a e.v. Rv. De tekst van artikel 611a Rv verzet zich niet tegen de versterking van een bevel van de raadsheer-commissaris met een dwangsom. De aard van deze verplichting staat evenmin aan het opleggen van een dwangsom in de weg. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat aan de vergelijkbare verplichting tot de openlegging van boeken in artikel 162 Rv ook een dwangsom kan worden verbonden. De raadsheer-commissaris kan de dwangsom slechts opleggen indien de onderzoeker daarom heeft verzocht. Uitzonderingen daargelaten, kan een rechter niet ambtshalve een dwangsom opleggen.4Artikel 611c Rv bepaalt dat de dwangsom, eenmaal verbeurd, ten volle toekomt aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze bepaling lijkt mij niet onverkort van toepassing indien een dwangsom krachtens een door de raadsheer-commissaris gegeven bevel wordt verbeurd. De onderzoekers zouden ongerechtvaardigd worden verrijkt indien zij de verbeurde dwangsommen persoonlijk zouden mogen behouden. Een redelijke interpretatie brengt mee dat een verbeurde dwangsom primair strekt ter dekking van de onderzoekskosten. In het onwaarschijnlijke geval dat er sprake is van een overschot komt dat toe aan de rechtspersoon. De consequentie daarvan is dat het onder omstandigheden weinig zin kan hebben een dwangsom aan de rechtspersoon op te leggen. Door een bevel te vragen dat zich richt tegen een derde, zoals de (voormalige) bestuurders van de rechtspersoon, kan dit probleem worden ondervangen.