Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/3.3.4.1:3.3.4.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/3.3.4.1
3.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS589906:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
77. Naast feitelijke macht over een zaak, is voor een retentierecht ten tweede vereist dat de retentor een opeisbare vordering op zijn wederpartij heeft. In deze paragraaf ga ik in op dit vereiste. In paragraaf 3.3.4.2 bespreek ik kort hoe het ontstaansmoment van de vordering van de retentor kan worden bepaald. In paragraaf 3.3.4.3 zet ik uiteen dat voor opschorting niet is vereist dat de hoogte van de vordering van de retentor al vaststaat. In paragraaf 3.3.4.4 ga ik naar aanleiding van discussie in de literatuur in op de vraag, of voor opschorting is vereist dat de vordering van de retentor opeisbaar is.