Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.2.3.4
5.2.3.4 Vaststelling van 'interne' rechtersregelingen
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579464:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover § 4.4.5.
Zie Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 74, p. 80 en p. 341-342.
Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 80.
Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 95-96.
Part. Gesch. Herz. Wet RO, p. 73.
Dit voorbeeld van 'sectoroverstijgend beleid' wordt genoemd in Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 90 (aldaar overigens in het kader van de adviestaak van de gerechtsvergadering).
De taken en bevoegdheden van de sector- en gerechtsvergaderingen (alsmede hun onderlinge verhouding) kunnen overigens door het bestuur van het gerecht nader worden geregeld in het bestuursreglement als bedoeld in art. 19 lid 1 RO (vgl. Pari Gesch. Herz. Wet RO, p. 67).
Zie hierover § 4.4.4.4 en § 5.2.2; in dezelfde zin Martens & Ten Kate 2000, p. 1623.
Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 339.
Nu gerechtsambtenaren (tenzij op uitnodiging) geen deel uitmaken van de gerechtsvergadering (vgl. art. 22 lid 1 RO) bestaat geen behoefte aan analoge toepassing van art. 20 lid 5 RO op de besluitvorming aldaar.
Zie Pari. Gesch. Herz. Wet RO, p. 339. In de inmiddels tot stand gekomen bestuursreglementen is in de meeste gevallen de regeling van de besluitvormingsprocedure binnen de sectorvergadering overgelaten aan de sectoren; slechts de bestuursreglementen van de rechtbanken te Den Haag, Haarlem en Utrecht, alsmede van het Hof Arnhem bevatten hieromtrent regels. De besluitvormingsprocedure binnen de gerechtsvergadering is wel in alle bestuursreglementen (met uitzondering van het reglement van de Rechtbank Arnhem) geregeld.
Ten aanzien van de besluitvorming binnen de gerechtsvergadering is door alle gerechten in hun bestuursreglement bepaald dat deze bij meerderheid plaatsvindt (waarbij in de meeste gevallen een quorum van de helft van het aantal leden vereist is; bij de Rotterdamse rechtbank geldt een quorum van één derde, terwijl bij de rechtbanken te Assen, Den Haag, Haarlem, Den Bosch, Utrecht en Zwolle in het geheel geen quorum is vereist). Voorzover de besluitvorming binnen de sectorvergaderingen in bestuursreglementen is geregeld (zie daarover ook de vorige noot) geldt ook daarbij dat besluitvorming bij meerderheid plaatsvindt.
Zie hierover Martens & Ten Kate 2000, p. 1623; Widdershoven 1999, p. 362; Köhne 1997, p. 189-190.
Zie hierover ook § 5.3.
Zie hierover § 4.4.6.3.
Vgl. § 5.5 en § 9.4.
Nu aangenomen moet worden dat, ter bevordering van de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing, door de gerechten rechtersregelingen (en wel regelingen met de in het rolrichtlijnen-arrest aanvaarde rechtsgevolgen1) vastgesteld kunnen worden, kan de vraag aan de orde komen, welke organen hiertoe bevoegd zijn.
In de vorige paragraaf is al gesignaleerd dat de wetsgeschiedenis het nodige aan duidelijkheid te wensen overlaat omtrent de mogelijkheden tot vaststelling van rechtersregelingen. Dit probleem werkt door ten aanzien van de hier besproken vraag. Nergens in de parlementaire stukken wordt immers zelfs met zoveel woorden gezegd dat bepaalde organen besluiten kunnen nemen met betrekking tot de uniforme rechtstoepassing of het te voeren 'rechterlijk beleid', laat staan dat de vraag beantwoord is, welke organen hiertoe bevoegd zijn. Binnen het gerecht zijn er drie organen die hiervoor in aanmerking komen: het bestuur, de sectorvergaderingen en de gerechtsvergadering.
Volgens art. 23 lid 3 RO heeft het bestuur van het gerecht tot taak de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing te bevorderen. Het bestuur kan ten aanzien van dit onderwerp echter slechts overleg voeren met de sectorvergaderingen of de gerechtsvergadering, en beschikt ter zake niet over 'beslissende bevoegdheden'.2 Het bestuur kan derhalve zeker niet worden beschouwd als bevoegd orgaan voor de vaststelling van rechtersregelingen.
De taken en bevoegdheden van de sectorvergaderingen en de gerechtsvergadering worden in de Wet RO zelf niet nader gespecificeerd. Een uitzondering hierop vormt art. 28 RO. Volgens dit artikel kan een sectorvergadering of de gerechtsvergadering het bestuur - gevraagd of ongevraagd - adviseren over de uitvoering van de in art. 23 lid 3 RO genoemde taak (te weten de bevordering van de uniforme rechtstoepassing). Dit helpt ons echter niet veel verder. Letterlijk gelezen zegt deze bepaling immers slechts, dat een sector- of gerechtsvergadering het bestuur zal kunnen adviseren de uniforme rechtstoepassing te bevorderen; ingevolge art. 23 lid 3 RO bevordert het bestuur op zijn beurt de uniforme rechtstoepassing via overleg met de sectorvergadering(en) of de gerechtsvergadering. Ofwel: de sector- of gerechtsvergadering kan het bestuur adviseren in overleg te treden met de sector- of gerechtsvergadering inzake de uniforme rechtstoepassing. De vraag wie uiteindelijk beslist, is daarmee echter nog niet beantwoord.
Enige opmerkingen die tijdens de parlementaire behandeling zijn gemaakt met betrekking tot de sectorvergaderingen en de gerechtsvergadering, werpen meer licht op de rol van deze organen bij de vaststelling van rechtersregelingen. Ik citeer hier enige relevante passages:
"De sectoren zijn (-) de eerst aangewezenen om het beleid vorm te geven ten aanzien van de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing van de aan hen toebedeelde bevoegdheden. Het overleg daarover vindt plaats in de sectorvergadering. (-)
Indien evenwel over een bepaald onderwerp moet worden gestemd, nemen de gerechtsambtenaren niet deel aan die stemming."3
"Het bestuur kan in dat verband wel de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing bevorderen (-), maar heeft op dat gebied geen beslissende bevoegdheden.
In het derde lid [van art. 23 RO - KT] is voorts bepaald dat over de uitvoering van deze bestuurstaak overleg plaatsvindt met de gerechtsvergadering en de sectorvergadering, de overlegorganen binnen het gerecht waar het rechterlijk beleid kan worden gevormd."4 [cursivering van mij, KT]
"De Raad [voor de rechtspraak - KT] heeft tot taak de gerechten te ondersteunen bij het verrichten van een aantal specifieke activiteiten om de uniforme rechtstoepassing en de juridische kwaliteit te bevorderen; zijn rol is in dit verband faciliterend. Daarbij kan worden gedacht aan de wijze waarop in PVRO-verband door middel van totstandbrenging van uniforme rol- of procesreglementen wordt gestreefd naar uniformering (-). Vaststelling van deze procedureregelingen geschiedt vervolgens door de gerechten zelf. Gedacht moet daarbij worden aan de betreffende sectorvergadering of de gerechtsvergadering en niet aan het bestuur."5 [cursivering van mij, KT]
Uit dit alles kan, naar ik meen, worden afgeleid dat primair de sectorvergadering te beschouwen is als bevoegd orgaan voor de vaststelling van rechtersregelingen. De sectoren zijn immers de eerst aangewezenen om beleid te vormen met betrekking tot de uniforme rechtstoepassing. Wanneer het echter gaat om een onderwerp dat voor het gehele gerecht van belang is, zoals bijvoorbeeld een regeling voor wraking van rechters,6 zal ook de gerechtsvergadering als zodanig kunnen gelden.7 Aangezien alle bij een rechtersregeling betrokken rechters deel uitmaken van deze gremia, wordt aldus tevens recht gedaan aan het uitgangspunt dat de vaststelling van een rechtersregeling zoveel mogelijk dient te berusten op zelfbinding door de individuele rechters.8
Ter afsluiting van deze paragraaf maak ik nog enige opmerkingen over de procedure voor vaststelling van een rechtersregeling. Het gaat hierbij zowel om de besluitvormingsprocedure binnen het bevoegde orgaan als de totstandkomingsprocedure in algemene zin. Omtrent de procedure binnen de sectorvergadering zijn aan de wet en de wetsgeschiedenis in elk geval enige (bescheiden) aanknopingspunten te ontlenen. Deze kunnen waar nodig naar analogie worden toegepast op de besluitvormingsprocedure binnen de gerechtsvergadering, aangezien aan dit laatste onderwerp door de wetgever in het geheel geen aandacht is besteed.
Blijkens de parlementaire stukken wordt binnen de sectorvergadering gestreefd naar besluitvorming op basis van consensus; indien consensus echter onverhoopt niet kan worden bereikt dient er gestemd te worden.9 Gerechtsambtenaren nemen in de sectorvergadering niet deel aan een stemming over de vaststelling van een rechtersregeling, aangezien dit onderwerp betrekking heeft op de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing (vgl. art. 20 lid 5 RO).10 Voor het overige geldt dat de besluitvormingsprocedures binnen het gerecht, waaronder begrepen de stemverhoudingen in de sector- en gerechtsvergadering, nader dienen te worden geregeld in het reglement dat het bestuur ingevolge art. 19 lid 1 RO dient vast te stellen.11 Zoals in § 5.2.2 al is uiteengezet staan de rechterlijke onafhankelijkheid, en de (mede) daarmee verband houdende eis dat rechtersregelingen dienen te berusten op zelfbinding, er hierbij niet aan in de weg dat binnen de tot zelfbinding bevoegde organen de besluitvorming ook bij meerderheid zal kunnen plaatsvinden.12
De overige aspecten van de totstandkomingsprocedure zijn door de wetgever helaas geheel in het midden gelaten, terwijl ook de jurisprudentie van de Hoge Raad daaromtrent vooralsnog geen of weinig duidelijkheid biedt. Zo kan bijvoorbeeld de vraag gesteld worden of voorstellen voor rechtersregelingen openbaar dienen te worden gemaakt, althans of daarover overleg met bepaalde belanghebbenden of hun vertegenwoordigers dient plaats te vinden.13 Verder kan men zich afvragen op welke wijze rechtersregelingen gepubliceerd moeten worden.14 Hoewel op dit soort vragen wel antwoorden zijn te formuleren - bijvoorbeeld door analoge toepassing van regels die voor bestuurlijke beleidsregels zijn ontwikkeld15 -, zijn dit uiteindelijk zaken waarin de wetgever zou dienen te voorzien.16