Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.2.1:11.2.1 Wettekst
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.2.1
11.2.1 Wettekst
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455417:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geerts 2004, p. 185-186, p. 190-192, p. 196-198; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004,p. 61; Geerts in: GS Rechtspersonen, artikel 2:353 BW, aant. 2 en 3.1; Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/788; Van der Heijden & Van der Grinten/Dortmond 2013/365; Assink || Slagter 2013, p. 1722-1724; Storm 2014, p. 159-161.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 2:353 BW bepaalt de wijze waarop het verslag ter griffie wordt ingeleverd en hoe het verslag aan partijen wordt toegezonden.1 Deze bepaling luidt, voor zover van belang, als volgt:
Het verslag van de uitkomst van het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof Amsterdam nedergelegd. (…)
De advocaat-generaal bij het ressortsparket, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun advocaten, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval, bedoeld in artikel 348, ontvangt ook de in dat artikel genoemde, op de rechtspersoon toezichthoudende instelling een exemplaar van het verslag. (…).
(…).
Ten spoedigste na de nederlegging geeft de griffier daarvan kennis aan de verzoeker of verzoekers en aan de rechtspersoon; indien de ondernemingskamer dit beveelt, draagt hij voorts zorg voor de bekendmaking van de nederlegging (…) in de Staatscourant.”