Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.2.7:11.2.7 Bekendmaking van de inlevering van het verslag ter griffie
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.2.7
11.2.7 Bekendmaking van de inlevering van het verslag ter griffie
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454223:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer pleegt geen gebruik te maken van haar bevoegdheid de griffier opdracht te geven de inlevering van het verslag bekend te maken in de Staatscourant.1 Alle beschikkingen van de Ondernemingskamer, inclusief de beschikking waarbij zij het verslag ter inzage heeft gelegd voor eenieder dan wel voor belanghebbenden, worden in het tijdschrift Actuele Rechtspraak Ondernemingspraktijk (ARO) gepubliceerd.2ARO heeft maar een kleine, betaalde, oplage en is geen medium dat voor iedereen toegankelijk is. Behalve de partijen die het verslag toegezonden krijgen, kunnen er ook anderen zijn die er belang bij hebben te weten dat het verslag ter griffie is ingeleverd. Indien het verslag ter inzage ligt voor belanghebbenden, kunnen partijen die niet ambtshalve door de Ondernemingskamer zijn aangemerkt als belanghebbende3 en toch menen belanghebbende te zijn, de Ondernemingskamer verzoeken te bepalen dat het verslag voor hen ter inzage ligt.4 Omdat zij, als zij aan de vereisten van artikel 2:345 en 346 BW voldoen, binnen twee maanden na de inlevering van het verslag een tweedefaseverzoek kunnen doen, hebben zij er belang bij tijdig te weten wanneer het verslag ter griffie is ingeleverd.5 Om die reden meen ik dat de Ondernemingskamer op haar website onverwijld moet vermelden dat en wanneer het verslag door de onderzoekers is ingeleverd en voor wie het ter inzage is gelegd. Als het verslag voor eenieder ter inzage is gelegd, meen ik dat de Ondernemingskamer het bovendien op haar website moet publiceren, zodat iedereen daarvan kennis kan nemen. Nu pleegt de Ondernemingskamer dat in sommige gevallen wel en in andere gevallen niet te doen, zonder dat duidelijk is wanneer wel en wanneer niet publicatie plaatsvindt. Wat mij betreft kan de Ondernemingskamer dit doen zonder dat daarvoor de wet behoeft te worden gewijzigd, alhoewel ik het wenselijk zou vinden indien de wetgever bij de volgende herziening van het enquêterecht artikel 2:353 lid 4 BW in de door mij bepleite zin zou aanpassen.