Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.8
7.8 Wijze van algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van gereglementeerde informatie
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS493881:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 2007-2008, 31 093, nr. 15, p. 2.
Zou het niet duidelijker zijn geweest te bepalen dat art. 5:25m Wft tevens van toepassing is op uitgevende instellingen als bedoeld in art. 5:25i, eerste lid, voor zover het de op grond van art. 5:25i algemeen verkrijgbaar te stellen gereglementeerde informatie betreft? In art. 5:25j lid 2 Wft wordt namelijk niet van art. 5:25j lid 1 Wft afgeweken in de gebruikelijke zin van het woord, maar de werkingssfeer daarvan wordt slechts uitgebreid.
Deze aanvullende bepaling in art. 5:25m lid 10 Wft is nodig, omdat het begrip 'gereglementeerde informatie' (art. 1:1 Wft) beperkt is tot informatie die op grond van art. 5:25i Wft — en dus niet op grond van een buitenlands equivalent daarvan — algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. Art. 5:25m lid 10 Wft zal overigens pas ingevoerd worden bij het in werking treden van de zogeheten Wijzigingswet financiële markten 2010. Zie Kamerstukken 32 036. Ten gevolge van de val van het kabinet-Balkenende IV is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer op 16 maart 2010 controversieel verklaard. Zie Kamerstukken H, 2009-2010, 32 333, nr. 20.
Op grond van art. 5:25w Wft zijn in hoofdstuk IV (Bepalingen over algemeenverkrijgbaarstelling en opslag gereglementeerde informatie) van het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van algemeen verkrijgbaar stellen van gereglementeerde informatie (zie § 7.9.3).
Gedoeld wordt hierbij op het (buitenlandse equivalent van het) zogeheten 'jaarlijks informatiedocument' (art. 5:25f Wft).
Zie Kamerstukken H, 2006-2007, 31 093, nr. 3, p. 5. De wetgever geeft een wetssystematisch argument voor de keuze om de teen 'algemeen verkrijgbaar stellen' te hanteren. In hoofdstuk 5.1 (Regels voor het aanbieden van effecten) van de Wet op het financieel toezicht wordt deze term reeds gebruikt. Zo schrijft art. 5:21 lid 1 Wft voor dat een prospectus door de uitgevende instelling algemeen verkrijgbaar moet worden gesteld. Omdat de bepalingen van hoofdstuk 5.1A (Regels voor informatievoorziening door uitgevende instellingen) van de Wet op het financieel toezicht op deze regels voortbouwen, heeft de wetgever ervoor gekozen om dezelfde terminologie te hanteren voor de openbaarmaking van gereglementeerde informatie. Volgens de wetgever zou een bijkomend voordeel van deze keuze zijn dat aldus verwarring wordt voorkomen. In art. 2:394 BW wordt de term `openbaarmaking' namelijk gebruikt voor de deponering van de jaarrekening bij het handelsregister. Enig gevaar voor verwarring zie ik overigens niet. De term 'openbaarmaking' is onbepaald en houdt niet enig concreet voorschrift in aangaande de wijze waarop informatie in een bepaalde situatie openbaar gemaakt moet worden.
In art. 5:25m Wft is een algemene regeling getroffen voor de wijze waarop gereglementeerde informatie door een uitgevende instelling algemeen verkrijgbaar dient te worden gesteld en bovendien gedeponeerd dient te worden bij een instantie die zorg draagt voor de centrale opslag daarvan. Onder het begrip 'gereglementeerde informatie' wordt mede de door een uitgevende instelling op grond van art. 5:25i Wft openbaar te maken koersgevoelige informatie verstaan (art. 1:1 Wft).
Werkingssfeer
De werkingssfeer van deze algemene regeling wordt onder meer bepaald door art. 5:25j Wft. Volgens art. 5:25j lid 1 Wft geldt afdeling 5.1A.2 (Regels voor uitgevende instellingen met Nederland als lidstaat van herkomst) van de Wet op het fmancieel toezicht, waarvan art. 5:25m Wft deel uitmaakt, uitsluitend voor uitgevende instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is. Uit art. 5:25j lid 2 Wft blijkt dat de wetgever zich heeft gerealiseerd dat de werkingssfeer van de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen ex art. 5:25i Wft in een aantal opzichten ruimer is dan de reikwijdtebepaling van art. 5:25j lid 1 Wft.1 Zo geldt de openbaarmakingsplicht eveneens voor uitgevende instellingen van fmanciele instrumenten en andere instrumenten (art. 5:25i lid 1 Wft).2 De openbaarmakingsplicht is bovendien van toepassing op uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland (art. 5:25i lid 1 onderdeel a onder 2° en onderdeel b Wft). Om die reden bepaalt art. 5:25j lid 2 Wft dan ook:
"In afwijking van het eerste lid is artikel 5:25m tevens van toepassing op uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:25i, eerste lid, voor zover het de op grond van artikel 5:25i algemeen verkrijgbaar te stellen gereglementeerde informatie betreft."
Met deze wonderlijke formulering3 heeft de wetgever beoogd te bereiken dat de regeling van art. 5:25m Wft met betrekking tot het algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van gereglementeerde informatie ook geldt voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen ex art. 5:25i Wft. In § 7.10 zal blijken dat de wetgever hier onvolledig te werk is gegaan.
Daarnaast wordt de werkingssfeer van de algemene regeling voor het algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van gereglementeerde informatie mede bepaald door art. 5:25m Wft zelf. In de eerste plaats geldt deze regeling niet voor uitgevende instellingen waarvan Nederland weliswaar de lidstaat van herkomst is, maar waarvan uitsluitend effecten tot de handel zijn toegelaten op ten hoogste één in een andere lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt (art. 5:25m lid 9 Wft). Deze uitgevende instellingen zullen voor wat betreft de wijze van algemeen verkrijgbaar stellen van gereglementeerde informatie onderworpen zijn aan de wetgeving van de lidstaat waar de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (de zogeheten 'lidstaat van ontvangst'). In de tweede plaats geldt dat de regeling voor het deponeren van gereglementeerde informatie mede geldt voor uitgevende instellingen waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is en de informatie algemeen verkrijgbaar is gesteld op grond van de wetgeving van een andere lidstaat ter implementatie van art. 6 van de Richtlijn marktmisbruik (art. 5:25m lid 10 Wft).4 In de derde plaats ten slotte geldt deze regeling eveneens voor een persoon die zonder toestemming van de uitgevende instelling om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van door de uitgevende instelling uitgegeven effecten heeft verzocht (art. 5:25m lid 8 Wft).
Ten aanzien van de werkingssfeer van de in art. 5:25m Wft opgenomen algemene regeling voor het algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van gereglementeerde informatie moet verder nog worden gewezen op het bepaalde in art. 5:25q Wft. Indien een uitgevende instelling met een andere lidstaat van herkomst dan Nederland waarvan uitsluitend effecten zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of werkzame gereglementeerde markt, dan dient de gereglementeerde informatie die deze instelling naar het recht van die lidstaat algemeen verkrijgbaar moet stellen, tevens algemeen verkrijgbaar te worden gesteld op de wijze als bepaald bij of krachtens het bepaalde in art. 5:25m Wft en art. 5:25w Wft.5
Lidstaat van herkomst
In art. 5:25j lid 1 Wft wordt verwezen naar het begrip 'lidstaat van herkomst'. Dit begrip behoeft enige toelichting. De lidstaat van herkomst is voor een uitgevende instelling die aandelen of obligaties met een kleinere nominale waarde per obligatie dan E 1.000 uitgeeft: de lidstaat waar de uitgevende instelling haar zetel6 heeft of, indien de uitgevende instelling zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, de lidstaat van de toezichthoudende instantie waar zij overeenkomstig art. 10 van de Prospectusrichtlijn de jaarlijks te verstrekken informatie7 moet indienen (art. 5:25a lid 1 onderdeel c onder 1° Wft).
Voor de overige uitgevende instellingen is de lidstaat van herkomst: de lidstaat die de uitgevende instelling heeft gekozen uit hetzij de lidstaat waar zij haar zetel heeft, hetzij de lidstaat waar haar effecten zijn toegelaten tot de handel op een in die lidstaat gelegen of werkzame gereglementeerde markt (art. 5:25a lid 1 onderdeel c onder 2° Wft). Daarbij kan de uitgevende instelling overigens slechts één lidstaat als lidstaat van herkomst kiezen en die keuze blijft in beginsel ten minste drie jaar geldig (art. 5:25a lid 3 Wft).
Inhoud van de regeling
De algemene regeling vangt aan met de stelregel dat een uitgevende instelling gereglementeerde informatie op niet-discriminatoire wijze algemeen verkrijgbaar dient te stellen (art. 5:25m lid 1 Wft). In aanvulling op deze stelregel wordt in art. 5:25m lid 1 Wft verder nog bepaald dat een uitgevende instelling bij de algemeenverkrijgbaarstelling van gereglementeerde informatie gebruik dient te maken van "media waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een snelle en doeltreffende verspreiding van de gereglementeerde informatie in alle lidstaten is gewaarborgd".
Hoewel het begin van de regeling van art. 5:25m Wft een grote mate van flexibiliteit lijkt te suggereren met betrekking tot de keuze van de media waarvan de uitgevende instelling gebruik kan en mag maken om koersgevoelige informatie openbaar te maken, wordt deze flexibiliteit in het vervolg van de regeling (enigszins) teniet gedaan. In de op het eerste lid volgende leden van art. 5:25m Wft wordt namelijk precies vastgelegd van welke instrumenten de uitgevende instelling gebruik moet maken om gereglementeerde informatie — en dus ook koersgevoelige informatie — algemeen verkrijgbaar te stellen. Ondanks deze onlogische volgorde, zal mogen worden aangenomen dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat de normering van art. 5:25m lid 1 Wft vooral geldt voor de wijze waarop de uitgevende instelling een persbericht — één van de instrumenten van het openbaarmakingsregime van art. 5:25m Wft — moet uitbrengen. Daarbij zal de uitgevende instelling gebruik moeten maken van de media die voor de vereist gestelde ruime verspreiding zorg kunnen dragen.
Wat houdt de regeling van art. 5:25m Wft meer concreet in? Uit art. 5:25m Wft volgt dat een uitgevende instelling gereglementeerde informatie algemeen verkrijgbaar dient te stellen door middel van:
het uitbrengen van een persbericht (zie § 7.9);
het plaatsen van het persbericht op de internet-website van de uitgevende instelling (zie § 7.11); en
het gelijktijdig zenden van het persbericht aan de AFM die zorg draagt voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie (zie § 7.12).
De uitgevende instelling mag geen kosten in rekening brengen voor het algemeen verkrijgbaar stellen van de gereglementeerde informatie (art. 5:25m lid 7 Wft). Voorzien is tevens in een voor het algemeen verkrijgbaar stellen van gereglementeerde informatie geldende taalregeling (zie § 7.10).
In overeenstemming met de algemeen gangbare terminologie zal het in art. 5:25m Wft gebruikte begrip 'algemeen verkrijgbaar stellen' in deze studie vervangen worden door het begrip 'openbaar maken'.8 Ook wordt in het vervolg niet meer over het verzamelbegrip 'gereglementeerde informatie' gesproken, maar over het begrip 'koersgevoelige informatie' dat daarvan deel uitmaakt.