Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.13:7.13 Afsluitende opmerkingen
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/7.13
7.13 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS497466:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie overweging 22 uit de preambule van de Transparantierichtlijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de wijze waarop koersgevoelige informatie door uitgevende instellingen openbaar moet worden gemaakt, blijkt dat daartoe een aantal instrumenten wordt ingezet. Met deze verschillende instrumenten — te weten: het uitbrengen van een persbericht, het plaatsen van het persbericht op de corporate website van de uitgevende instelling en het opnemen van het bericht in een openbaar register van de AFM wordt beoogd deze informatie zo spoedig mogelijk toegankelijk te maken voor een ieder die van deze informatie kennis wenst te nemen. Hoewel intermediairs bij de informatieverschaffing aan het beleggend publiek nog steeds een belangrijke rol zullen spelen, heeft de ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie ertoe geleid dat beleggers de van uitgevende instellingen afkomstige informatie thans zelf en in onbewerkte vorm op elk gewenst tijdstip kunnen raadplagen.
Een belangrijk element bij de openbaarmaking van koersgevoelige informatie is het gelijkheidsbeginsel: beleggers kunnen er jegens de uitgevende instelling aanspraak op maken dat dezelfde informatie voor een ieder gelijktijdig toegankelijk wordt gemaakt. Voorkomen moet worden dat aan één of meer beleggers door een gebrekkige wijze van openbaarmaking een informatievoorsprong wordt verschaft. Intussen moet bedacht worden dat uitsluitend met betrekking tot gereglementeerde informatie als bedoeld in art. 1:1 Wft wettelijke waarborgen bestaan dat beleggers inderdaad gelijktijdig kunnen beschikken over dezelfde informatie (art. 5:25m Wft). Men hoede zich echter voor de misvatting dat uitgevende instellingen ten aanzien van informatie die niet als gereglementeerde informatie kan worden gekwalificeerd een algehele vrijheid van handelen zouden hebben. Ook ten aanzien van deze informatie proclameert de preambule van de Transparantierichtlijn de naleving van het gelijkheidsbeginsel:
"De permanente informatieverstrekking aan houders van effecten die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten moet gebaseerd blijven op het beginsel van de gelijke behandeling."1
Op elke hoofdregel zullen uitzonderingen denkbaar zijn. Het gelijkheidsbeginsel vormt daarop geen uitzondering. Gelet op de waarde die informatie in de effectenhandel gewoonlijk vertegenwoordigt, ook als deze strikt genomen niet als koersgevoelige informatie zou kunnen worden aangemerkt, dienen uitgevende instellingen mijns inziens terughoudendheid te betrachten in het onderhouden van selectieve contacten met professionele marktdeelnemers waarbij relevante informatie wordt verschaft. Een andere reden om in dit opzicht terughoudendheid te betrachten, is dat het onderhouden van selectieve contacten afbreuk kan doen aan het vertrouwen dat het beleggend publiek dient te stellen in de integriteit van de effectenmarkt. Op het thema van selectieve informatieverschaffmg en de problemen die in dat verband kunnen spelen, zal in hoofdstuk 8 worden ingegaan.