Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.3.3:4.3.3 Vaststelling van een maximumbedrag voor het onderzoeksbudget
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.3.3
4.3.3 Vaststelling van een maximumbedrag voor het onderzoeksbudget
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455474:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie het arrest HR 13 september 2002, NJ 2004/18, m.nt. H.J. Snijders (Uiterlinden/Van Zijp c.s.), besproken in § 4.2.2.
HR 13 september 2002, NJ 2004/18, m.nt. H.J. Snijders (Uiterlinden/Van Zijp c.s.).
Vgl. OK 5 juli 2010, ARO 2010/109, JOR 2010/305 (Van der Moolen Holding), r.o. 1.6.
Zie verder § 4.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Hoge Raad heeft voor het voorlopig deskundigenbericht beslist dat de verzoeker de rechter kan vragen een maximumbedrag vast te stellen dat het deskundigenbericht mag kosten.1 In § 4.2.3 heb ik betoogd dat partijen dit ook kunnen vragen bij het deskundigenbericht in de civiele procedure, met dien verstande dat de rechter uiteindelijk beslist of het deskundigenbericht wordt gelast en de rechter niet gebonden is aan een eventuele intrekking van het verzoek van een partij om een deskundigenbericht te gelasten, omdat hij daartoe ook ambtshalve kan besluiten. Als de rechter het verzoek om kostenmaximering afwijst, zal hij die afwijzing wel moeten motiveren.
Zouden de partijen in de enquêteprocedure de Ondernemingskamer nu ook kunnen vragen de kosten van het onderzoek bij voorbaat te maximeren, dat wil zeggen op voorhand te beslissen dat zij, behoudens bijzondere omstandigheden, een verzoek van de onderzoekers tot verhoging van het onderzoeksbudget niet zal honoreren? Op het eerste gezicht zou ik denken dat dit onder omstandigheden moet kunnen. In het geval van een enquête naar een insolvente rechtspersoon bijvoorbeeld is de positie van de verzoeker, of van een derde die aanbiedt de kosten van het onderzoek te betalen, vergelijkbaar met de positie van de verzoeker van een voorlopig deskundigenbericht die de rechter vraagt de kosten van het deskundigenbericht te maximeren. De beslissing van de Hoge Raad in de zaak-Uiterlinden/Van Zijp2 lijkt mij hierop zonder meer van toepassing. Dat de Ondernemingskamer een dergelijk verzoek ook zal honoreren als dit van de rechtspersoon afkomstig is, ligt wellicht minder voor de hand, maar zou ik niet willen uitsluiten.3 Vooral als de financiële positie van de onderneming zwak is of de kosten van het onderzoek hoog zijn ten opzichte van het belang van de zaak, kan ik mij voorstellen dat de Ondernemingskamer hiertoe over kan gaan. Net als bij het gewone deskundigenbericht zal de Ondernemingskamer de afwijzing van een dergelijk verzoek van een toereikende motivering moeten voorzien.4