Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.8.4:7.4.8.4 Koersgevoelige informatie
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.8.4
7.4.8.4 Koersgevoelige informatie
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451845:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Josephus Jitta 2002; Doorenbos 2016a.
Artikel 7 lid 1 (a) Verordening marktmisbruik (596/2014). Uiteraard kan ook in een eerder stadium informatie die in het onderzoek wordt verzameld als koersgevoelig worden gekwalificeerd.
Artikel 14 jo. artikel 10 lid 1 Verordening marktmisbruik (596/2014).
Doorenbos 2016b, p. 103-104.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de rechtspersoon een effecten uitgevende onderneming is, is hij onderworpen aan regels die onder meer marktmisbruik proberen te voorkomen. Welke regels van toepassing zijn, hangt af van de vraag welke effecten zijn uitgegeven en op welke markt deze worden verhandeld. Ik beperk mij in deze paragraaf tot een vennootschap die aandelen heeft uitgegeven die worden verhandeld op een Europese gereglementeerde markt. In allerlei (voor)stadia van de enquêteprocedure kan de vraag opkomen of er sprake is van koersgevoeligheid van de beschikbare informatie.1 Het kan niet worden uitgesloten dat zich, ook al is het feit dat de Ondernemingskamer een onderzoek heeft gelast publiekelijk bekend, een situatie voordoet dat het (concept)- verslag koersgevoelige informatie bevat, dat wil zeggen niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer uitgevende instellingen of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een significante invloed zou kunnen hebben op de koers van deze financiële instrumenten of daarvan afgeleide financiële instrumenten.2
Indien de onderzoekers beschikken over koersgevoelige informatie zijn zij ook uit hoofde van de Verordening tot geheimhouding verplicht en mogen zij deze informatie niet met anderen delen. De Verordening maakt echter een uitzondering als de bekendmaking plaatsvindt uit hoofde van de normale uitoefening van werk, beroep of functie.3 Dit betekent dat de onderzoekers een conceptverslag waarin koersgevoelige informatie ligt besloten aan de betrokken partijen kunnen voorleggen, zodat deze partijen opmerkingen kunnen maken ten aanzien van bevindingen die henzelf betreffen. Evenmin is er een beletsel het onderzoeksverslag ter griffie te deponeren. Dit zijn immers wettelijke op de onderzoekers rustende verplichtingen. Doorenbos geeft onderzoekers in overweging om bij hun onderzoek gebruik te maken van de werkwijze die de Verordening marktmisbruik voorschrijft voor zogenoemde marktpeilingen.4 Die werkwijze komt erop neer dat elke gesprekspartner zich tevoren bereid moet verklaren mogelijke koersgevoelige informatie te ontvangen en die informatie op geen enkele wijze te zullen gebruiken of door te spelen. Daarbij zal moeten worden vastgelegd wie wanneer welke informatie heeft ontvangen, in een duidelijke en controleerbare administratie. Dit lijkt mij op zich een verstandige aanbeveling, met dien verstande dat ook als de betrokkenen de onderzoekers deze verklaring niet willen geven, de onderzoekers het bepaalde in artikel 2:351 lid 4 BW zullen moeten nakomen. In de praktijk verwacht ik overigens geen problemen, omdat degenen die het conceptverslag voorgelegd krijgen aan een dubbele geheimhoudingsplicht zijn gebonden: zowel aan die opgenomen in artikel 2:351 lid 4 BW, als aan die opgenomen in de Verordening marktmisbruik. Omdat het in de praktijk slechts zelden zal voorkomen dat een conceptverslag koersgevoelige informatie bevat, lijkt het mij niet nodig om dit in de Aandachtspunten verder te regelen. De Ondernemingskamer zou dit wel als voorbeeld in de toelichting kunnen opnemen.