Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.3:12.4.2.3 Beheersbevoegdheid
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.3
12.4.2.3 Beheersbevoegdheid
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587143:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
764. De beheersbevoegdheid is de bevoegdheid om ten aanzien van een goed handelingen te verrichten die dienstig kunnen zijn aan een goed beheer daarvan. Het beheer van vorderingen omvat in beginsel de inning daarvan en daarom ook de uitoefening van de hiervoor genoemde bevoegdheden en rechten die onlosmakelijk met de inning van vorderingen samenhangen. De beheersbevoegdheid ten aanzien van vorderingen omvat derhalve naast de inningsbevoegdheid ook de bevoegdheid om voor de betaling een kwitantie af te geven en om desverlangd een ter zake van de schuld afgegeven bewijsstuk zoals een schuldbekentenis af te geven, de schuldenaar aansprakelijk te stellen en/of in gebreke te stellen, de vordering vervroegd opeisbaar te maken, de lopende verjaring te stuiten, conservatoir en executoriaal beslag te leggen op goederen van de schuldenaar, de aan de vordering verbonden bijzondere verhaalsrechten op goederen van derden en voorrang uit te oefenen en de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten (de rechten van pand en hypotheek en de rechten uit borgtocht) uit te oefenen, steeds voor zover de uitoefening van deze bevoegdheden en rechten dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering, hetgeen gewoonlijk het geval zal zijn.
765. De beheersbevoegdheid kan ook de beschikkingsbevoegdheid omvatten. Dit zal eerder uitzondering dan regel zijn. Een derde kan derhalve, als dit dienstig is aan een goed beheer van de vordering, schikken, toestemming verlenen aan inbetalinggeving, betaling aan een inningsonbevoegde bekrachtigen, de vordering te wijzigen, de schuld vernieuwen, een vordering omzetten in een tot vervangende schadevergoeding, de schuld kwijtschelden, uitstel van betaling verlenen, toestemming verlenen aan betaling in gedeelten en toestemming verlenen aan schuldoverneming.1 Onder het beheer zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn; in dat kader kan het beheer ook de overdracht of de bezwaring van de vordering omvatten.
Het wijzigen van de vordering omvat onder andere het aangaan, het wijzigen of het afstand doen van bedingen en overeenkomsten die nader de inhoud van de vordering bepalen zoals over de plaats van aflevering of betaling, over een fatale termijn of een verzuim van rechtswege, over prorogatie, sprongcassatie, arbitrage, bindend ad vies, forumkeuze, rechtskeuze, bewijs, het bedongen keuzerecht van de schuldeiser bij een alternatieve verbintenis, het bedongen recht om de vordering (door opzegging) vervroegd opeisbaar te maken, het beding van betaling effectief, een overeenkomst van achterstelling met de schuldenaar en een vaststellingsovereenkomst.
De vraag of een handeling dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering staat veelal gelijk, maar niet altijd gelijk aan de vraag of een handeling dienstig kan zijn aan een goed beheer van het vermogen waarin de vordering zich bevindt. Hoewel het beheer ziet op goederen, is uiteindelijk het antwoord op de vraag of de desbetreffende handeling dienstig kan zijn aan een goed beheer van het vermogen waarin de vordering zich bevindt, doorslaggevend. Een goed beheer van de vordering kan bijvoorbeeld meebrengen dat een vordering op een schuldenaar die geen verhaal biedt, of niet dan na een uitvoerige procedure met onzekere afloop tot betaling kan gedwongen, juist niet wordt geïnd, maar afgeschreven. Bij deze beoordeling is het voortbestaan van de vordering van ondergeschikte betekenis aan een algehele kosten-batenanalyse die wordt gemaakt met betrekking tot het vermogen. Ook als een vordering in het kader van de normale exploitatie van de vordering (bijvoorbeeld, factoring) wordt verkocht en overgedragen, is de vordering als zodanig van ondergeschikte betekenis aan de vermogenspositie als zodanig. In de regel zal dat wat gunstig is voor de vordering als zodanig ook gunstig zijn voor het vermogen waarin de vordering zich bevindt, maar bij een tegenstrijdig belang tussen beide prevaleert de vermogenstoestand, niet de vordering.
766. Op grond van de beheersbevoegdheid is een derde ook bevoegd om de aan de vordering ten grondslag liggende overeenkomst op te zeggen, te ontbinden, over te dragen of te wijzigen als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer. De beheersbevoegdheid bij vorderingen strekt zich derhalve uit tot meer dan alleen bevoegdheden ten aanzien van het goed (de vordering) zelf. De beheersbevoegdheid ten aanzien van de vordering omvat mede bevoegdheden ten aanzien van de aan de vordering onderliggende rechtsverhouding. Dat is bijzonder. Hoewel vruchtgebruik, bewind en gemeenschap op goederen zien, zijn de vruchtgebruiker, de bewindvoerder en de beheersbevoegde deelgenoot uit hoofde van hun beheersbevoegdheid ook bevoegd ten aanzien van rechtsverhoudingen uit overeenkomst. Aan hen komen daarmee meer bevoegdheden toe dan aan een nieuwe schuldeiser.2