Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.4:12.4.2.4 Betekenis van het arrest Rabobank/Stormpolder
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.4
12.4.2.4 Betekenis van het arrest Rabobank/Stormpolder
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588354:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
767. Op grond van het voorgaande kan de betekenis van het arrest Rabobank/Stormpolder worden geduid. Het arrest Rabobank/Stormpolder en het daaraan verwante arrest Ontvanger/Guensberg vullen een wettelijke lacune op voor de regelingen van pand en derdenbeslag.1 De pandhouder en de beslaglegger zijn op grond van deze arresten bevoegd om uit hoofde van de aan hen toegekende inningsbevoegdheid de aan de vordering verbonden bijzondere verhaalsrechten op goederen van derden, voorrechten en voorrang op grond van de wet, alsmede de aan de vordering verbonden rechten van pand en hypotheek en rechten uit borgtocht uit te oefenen.
Aan de arresten komt in twee opzichten geen ruimere betekenis toe. Ten eerste kunnen zij niet gebruikt worden om aan de pandhouder en de beslaglegger iedere bevoegdheid van de schuldeiser jegens de schuldenaar toe te kennen. In het bijzonder de bevoegdheden die onderdeel uitmaken van de beschikkingsbevoegdheid, en waarvan de uitoefening haaks staat op de inningsbevoegdheid, zoals het kwijtschelden van de vordering of het verlenen van toestemming aan schuldoverneming, lenen zich op grond van dit arrest niet voor toekenning aan de pandhouder of de beslaglegger. Een andere zienswijze zou inhouden dat op grond van deze arresten zonder beperking alle bevoegdheden van de schuldeiser jegens de schuldenaar aan de inningsbevoegde pandhouder en beslaglegger toekomen, ook die bevoegdheden die de rechtspositie van de pandgever of de geëxecuteerde ingrijpend wijzigen. Blijkens de parlementaire geschiedenis blijven deze bevoegdheden exclusief bij pandgever en de geëxecuteerde.2 Het is niet de strekking van beide arresten om dergelijke vergaande bevoegdheden aan de pandhouder en de beslaglegger toe te kennen. Aileen de bevoegdheden en rechten die rechtstreeks dienstig zijn aan de inning van de vordering, en waarvan een wettelijke regeling ontbreekt, komen voor uitoefening op grond van deze arresten in aanmerking.
Ten tweede behoeven deze arresten niet gebruikt te worden om aan een beheersbevoegde derde extra bevoegdheden toe te kennen. De vruchtgebruiker, de bewindvoerder, de beheersbevoegde deelgenoot, de curator, de vereffenaar van nalatenschappen en de executeur zijn op grond van de aan hen toegekende beheersbevoegd tot veel bevoegd, zolang de handelingen dienstig kunnen zijn aan een goed beheer van de vordering. Zo zijn zij bijvoorbeeld krachtens hun beheersbevoegdheid bevoegd om toestemming te verlenen aan schuldoverneming als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering. Is daarvan geen sprake, dan missen zij de bevoegdheid daartoe; is daarvan wei sprake, dan zijn zij reeds op grond van hun beheersbevoegdheid daartoe bevoegd. Een analoge toepassing van de rechtsregel uit het arrest Rabobank/Stormpolder is niet nodig, en om die reden ook onwenselijk.
Het arrest Rabobank/Stormpolder kan wei worden gebruikt om te betogen dat (naast de pandhouder en de beslaglegger) de lasthebber die (alleen) privatief inningsbevoegd is, en niet (ook) beheersbevoegd, krachtens de aan hem toegekende inningsbevoegdheid ook bevoegd is om de aan de vordering verbonden bijzondere verhaalsrechten, voorrechten, de voorrang op grond van de wet, rechten van pand en hypotheek en rechten uit borgtocht uit te oefenen, tenzij uit de last tot inning anders blijkt.